Toegankelijkheid als voorwaarde voor patent in de zorg

De verlening van een patent moet afhankelijk worden van hoe toegankelijk het medicijn vervolgens is. Een voor sommigen onbetaalbaar medicijn krijgt geen patent meer. Deze maatregel houdt de zorg betaalbaar en laat farmaceuten zich richten op elke beurs om op termijn gevaarlijke tegenstellingen in de samenleving te voorkomen. Dit krachtige idee rolde uit een denksessie van Denktank Prospect.

Tijdens de denksessie “Generatie Y over zorg in 2040” van Denktank Prospect werden eerst twee presentaties gegeven. Oscar Dekker (bestuursvoorzitter GGZ) sprak over de verschillende perspectieven op de zorg die hij in zijn leven opdeed en eindigde met de aanbeveling aan generatie Y focus te zoeken en de gevoelens van onze generatie expliciet te maken. Pieter van Boheemen (open biotech, grassroot innovation in zorg) sprak vervolgens over de ongekende mogelijkheden die er nu al zijn en hoe weinig er in de traditionele zorg wordt geïnnoveerd. Hierna dachten twee groepen na over een droomscenario voor 2040 en twee groepen over een doemscenario. Vervolgens bepaalde elke groep hoe de route daar naartoe er uit gaat zien. De dromers versterkten het droombeeld en de doemers dachten na over hoe het doembeeld voorkomen kon worden.

Het doembeeld van mijn “groene” groep draaide uit op een wereld met scherpe tegenstellingen tussen haves en have-nots met onveiligheid voor iedereen als gevolg. We zagen een wereld waarin we de controle kwijt zijn: grote tekorten aan alles, ziekten de we moeilijk/niet kunnen stoppen, onbetaalbare zorg. Het onbetaalbaar worden van de zorg zet de solidariteit onder druk en kreeg onze focus. Vooruitgang in de farmacie blijkt steeds trager te gaan en/of steeds meer te kosten (Eroom’s Law). Conclusie: op enig moment komen er medicijnen in de wereld die voor gewone stervelingen (lange tijd) onbetaalbaar zullen zijn, met alle tegenstellingen tussen groepen tot gevolg.

Voortbouwend op de presentatie van Pieter die sprake over ‘open source‘ zorg, kwamen wij tot een nieuwe weg die ons weghoudt van onbetaalbare medicijnen. In onze ogen zou het verkrijgen van het patent op een medicijn afhankelijk moeten zijn van de toegankelijkheid van het medicijn. Wanneer een medicijn zo duur is dat het voor sommigen ontoegankelijk wordt, zagen wij het hele medicijn liever niet in de wereld komen. Een patent op een medicijn is daarmee in andere woorden afhankelijk van de maatschappelijke baten. Als een patent meer onheil dan geluk brengt, door bij te dragen aan tegenstellingen, wordt het niet verleend. De wereld is dan dus nog niet klaar voor het medicijn.

Het gevolg is dat de farmaceutische industrie zich zal richten op medische innovaties waar iedereen van kan profiteren, want dat zijn de innovaties waarop je wel een patent kunt krijgen. Het is dus ook niet zo dat er in deze visie geen onderzoek meer wordt gedaan. Het onderzoek zal zich alleen focussen op innovaties waar iedereen van profiteert.

Wat ik mijzelf dan natuurlijk vraag is: hoe liberaal is dit nieuwe pad? Een patent is een door mensen gemaakt monopolie. Met vrijheid heeft dat dus al weinig te maken. Daarbij denk ik dat het vanuit een sociaal contract idee moeilijk voorstelbaar is dat iemand er mee instemt monopolies in het leven te roepen waar zij zelf niet van zal profiteren (omdat het te duur wordt). Deze liberaal meent dat wanneer regels ten koste gaan van maatschappelijke welvaart, die regels overboord moeten.

Advertisements

Afgestudeerd als Jurist!

Een klein jaar geleden viel hier te lezen dat ik klaar was met Economie, en vandaag zal als het goed is de boeken in gaan als mijn afstudeerdatum voor Nederlands Recht. De scriptie is vanochtend van een cijfer voorzien (8.5), en het is nu alleen wachten op bericht van de examenadministratie dat ik mijn bul kan ophalen. Inderdaad, daar ben ik heel blij mee!

Nu zou ik heel uitgebreid op mijn scriptie in kunnen gaan, maar dat doe ik niet. Het onderwerp betrof het Aanbestedingsrecht en dan meer specifiek de behandeling van clustering door de overheid. Het MKB is bijvoorbeeld van mening dat de overheid te veel opdrachten samenvoegt (clustering), en in mijn scriptie heb ik hier een rechtseconomische analyse van gegeven. Voor degenen die geïnteresseerd zijn in de hele scriptie hieronder een link.

Rechtseconomische Analyse van Clustering in het Aanbestedingsrecht door de Overheid

En dan de vraag wat ik met de vrijgekomen zeeën van tijd ga doen. Vanaf september ga ik twee jaar full-time aan de slag bij mijn huidige werkgever: het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB), in Amsterdam.

Gezondheidszorg grootste uitdaging voor de toekomst

‘Zorgpremie dreigt te verdubbelen’ is het nieuws van de week: Financieel Dagblad, De Telegraaf en nu.nl.

De zorg wordt onbetaalbaar, en gegeven dat minister Klink kennelijk naar de onderkant kijkt om geld te besparen, bijvoorbeeld een eigen bijdrage bij het onterecht naar de Spoedeisende Hulp gaan, zal dat wel zo blijven ook. Noch afgezien van dat naar alle waarschijnlijkheid de meest brave borsten juist het meest afgeschrokken worden door een dergelijke heffing, met alle gevolgen van dien, geloof ik niet in dit soort tientjes uitsparen.

Er ligt een veel meer inherent probleem aan de horizon ons naar toe te grijnzen. De wetenschappelijke vooruitgang veroorzaakt dat wij, tegen oplopende kosten, almaar meer in staat zijn ziektes wel of beter te genezen. Maar, dat kost wat. En de kosten van bepaalde zorg rijzen de pan uit. Elk mensenleven telt, zegt het cliché, maar wanneer worden de inspanningen nou onbetaalbaar? Hoe graag we ook zouden willen, iedereen aan medisch onderzoek zetten om zo veel mogelijk te kunnen genezen kun je geen brood van bakken.

Mijn vrees is dat wij in de toekomst een punt gaan bereiken waar bepaalde zorg buiten het bereik van sommigen zal blijken te liggen. En dan niet in de marge zoals nu, maar zeer aanmerkelijk. De nieuwste ontwikkelingen kosten steeds meer geld (ook per behandeling), en ik vraag mij ernstig af of de solidariteit waar ons huidige stelsel op gestoeld is in stand gehouden kan worden. Zijn mensen bereid om zich krom te betalen aan premie voor extreem dure behandelingen die zijzelf hopelijk (en mogelijk waarschijnlijk) nooit zelf nodig zullen hebben? Hoe ver kun je gaan?

Er staat spanning op de solidariteit van het stelsel dat in Nederland de zorg moet bekostigen. Je kunt het buigen, maar op een gegeven moment zal het knappen. Dankzij, wellicht paradoxaal, de wetenschappelijke vooruitgang. De uitdaging die voor ons ligt, is een oplossing te vinden voor deze paradox.

Gaan strafrechters leren kritisch te denken?

Eind 2007 schreef ik in ‘Reactie: “Lucia de B.: Toeval of niet?”‘ dat de strafrechter niet gekwalificeerd genoeg is om bewijs gebaseerd op kansrekening te beoordelen. Ongeveer hetzelfde gold en geldt wat mij betreft voor statistisch bewijs. Rechters waren in mijn ogen een speelbal van (zelfbenoemde) experts.

Gelukkig gloort er enig hoop aan de horizon want President van de Hoge Raad Corstens wil werk maken van het verbeteren van de kennis onder strafrechters (NRC.nl: Strafrechters leren ‘kritisch denken’). Er is veel, in mijn ogen terechte, kritiek op de strafrechter en met het voorgestelde project ‘Kritisch denken’ moet de strafrechter bijgespijkerd gaan worden.

Ik ben zeer benieuwd wat er van terecht komt, zeker omdat resultaat zich pas op zijn vroegst over vijf jaar openbaart. Daarnaast zou ik zeggen dat er op de juridische faculteiten hier ten lande meer dan nu aandacht moet komen voor andere wetenschappen. Een goed begin zou wat mij betreft zijn om Wiskunde A12 (of hoe dat ook moge heten tegenwoordig) verplicht te stellen. Rechten moet af van het imago een pure tekstwetenschap te zijn: in de praktijk wordt veel meer van je gevraagd en dat geldt niet alleen voor de strafrechter.

Evolutietheorie versus Creationisme: je kiest wat je gelooft

Het is momenteel een prominent onderwerp: het geloof in de schepping ten opzichte van de waarde van de evolutietheorie. Andries Knevel liet al weten niet zo letterlijk in de schepping te geloven als sommige anderen. Op het forum van Hattrick is er ook al enige weken een discussie aan de gang en het leek mij wel aardig om mijn bijdragen daar in een bericht hier samen te vatten.

Mijn eerste opmerking daar was dat ik geloof in de filosofische wetenschap zoals wij die in de Westerse wereld kennen, en de evolutietheorie is daar deel van. Het geheel aan regels dat geldt binnen de wetenschap geloof ik van dat die de beste benadering van de waarheid nastreven. Wel vind ik nog altijd dat het begint bij ‘geloven’ dat die wetenschappelijke regels bijdragen aan waarheidsvinding. Van dat gegeven probeer ik altijd doordrongen te blijven, de basis is voor christenen (of andere gelovigen) dezelfde: een geloof in bepaalde grondbeginselen die vervolgens tot bepaalde waarheden leiden. Een verhevenheid welke zegt dat jouw geloof, waaronder wetenschap, per definitie meer waar is dan die van een ander vind ik verwerpelijk.

Als we terug gaan naar de titel van dit bericht dan hebben we het uiteindelijk over de volgende tegenstelling: een Christen zegt dat er een God is en daar komen alle dingen uit voort. Hoe die God er gekomen is onbekend, maar dat zal verder wel, hij is er. Ik zeg dat er materie is en daar komen alle dingen uit voort. Hoe die materie er gekomen is weet ik niet, maar dat zal verder wel, zij is er. Eerlijkheid gebiedt te zeggen: dat verschil is zó marginaal. En in alle redelijkheid, het ontstaan van de wereld zou in mijn ogen niet al te doordringend het leven van alledag moeten hoeven bepalen. Of er nou een God of een Oerknal is geweest, dat is voor het concrete heden niet van doorslaggevend belang in mijn ogen.

Waar voor mij de schoen wel wringt is dat vanuit mijn ‘geloof’ er een onmiddellijke erkenning is dat alle kennis uit mensen, en hun beperkingen, is voort gekomen. Veel geloven houden vast aan door een hoger wezen gezonden inzichten, denk bijvoorbeeld aan de Tien geboden. Echter, ik vind niet dat mensen van zichzelf elk ethisch en moraal besef ontberen. Het Christendom, of elk ander geloof, heeft dus wat dat betreft niet het alleenrecht op verstandige inzichten hoe wij mensen met elkaar om moeten gaan. Dat is geen onderscheidende kwaliteit van religie.

Wel markeert het bestaan van door een God gegeven inzichten een belangrijk verschil tussen waar ik voor sta en zeker de meer fundamentalistisch religieuzen. Eén van de charmes van de evolutietheorie en eigenlijk al het wetenschappelijke is dat in beginsel alles voor altijd ter discussie staat. De wetenschappelijke gemeenschap als geheel staat er voor om elke theorie voor altijd ter discussie te willen stellen. Willekeurig elk ander geloof kent die mate van zelfkritiek niet. Als we het wat dat betreft van gelovigen hadden moeten hebben hadden we nu nog in de Middeleeuwen gezeten. Een ander voordeel daarvan is ook dat ik als ‘gelover’ in de wetenschap geen (wet)boek in de maag gesplitst krijg dat ik maar heb te volgen. Ik kan altijd zelf de afweging maken wat ik wel en niet geloof en hoe ik mijn leven wil leven. Zoveel vrijheid kent geen enkel geloof haar volgelingen toe. Dat waardeer ik als kwalijk.

Een ander uitwerking hiervan is dat in de wetenschap de standaarwerken waar mensen nu uit leren niet een paar duizend jaar oud zijn. Het hoofdwerk van Newton, Philosophiae Naturalis Principia Mathematica, is geen standaard leesvoer meer voor hedendaagse mechanici. Net zo zou de Bijbel geen standaardwerk meer moeten zijn. Die bundel is gedateerd en niet van deze tijd. De globale denkrichting is misschien zeer bruikbaar, maar zo klakkeloos opvatten zoals sommigen doen vind ik niet passend.

Op Hattrick gaf ik ook een ‘economische’ analyse van het concept religie. Overigens zou op de plek van religie en gelovigen ook wetenschap en wetenschapsvolgelingen gelezen kunnen worden.

De markt voor religies is tot op zekere hoogte onderhevig aan netwerkeffecten. Als je met meer gelovigen bent kun je meer voor elkaar boksen (geloofshuizen bouwen om iets te noemen), en dezelfde religie aanhangen was en is bijvoorbeeld een zekere vorm van verzekering. Meer gelovigen is meer draagkracht en minder risico. Ook kun je meer macht vergaren als je met een aanmerkelijk grotere groep bent. Al met al is het dus rationeel om samen te gaan klitten als gelovigen, ook al herken je jezelf niet 100% in de religie zoals die is.

Een van de gevolgen van netwerkeffecten is dat dergelijke markten van nature naar oligopolie of monopolie tenderen. In die zin is het niet zo vreemd dat we in deze wereld enkele echt grote religies hebben. Dan natuurlijk de vraag waarom sommige kleine religies toch stand houden… Daar wil ik niet te veel in treden, maar het is niet onbehoorlijk om te zeggen dat ze niches bedienen. Ze bedienen groepen die zich onvoldoende herkennen in een der eenheidsworsten die geboden wordt door een van de oligopolisten.

Voor mij biedt de wetenschap het meeste nut, maar het is voorstelbaar dat zoiets niet voor iedereen geldt. Aansluitend op deze ‘economische’ analyse waarin ik van het bestaan van religies een markt maak kan ik wel schetsen waar ik in geloof.

Ik geloof dat alles wat je doet en waar je voor staat dat je daar voor kiest.

Net als eigenlijk elk ander geloof kent het Christendom vele afscheidingen en vertakkingen. En binnen dat geheel maken heel veel mensen ook nog weer hun eigen afweging. Ik denk dan bijvoorbeeld ook het wel of niet dragen van een hoofddoek in de Islam. Mensen kiezen continu, ook binnen een religie, wat ze wel en niet willen geloven. Ik vind dat ik iemand altijd ter verantwoording mag roepen over wat hij of zij vindt. Ik vind dat jouw mening altijd nog jouw eigen mening is. Je moet altijd kunnen uitleggen waarom je iets vindt. Zeggen “Dat vindt God.” (of “Dat vindt Einstein.” om mijn part) is voor mij niet genoeg. Op elk individueel punt moet je telkens kunnen uitleggen waarom je daar die keuze maakt en eventueel waarom die keuze wel of niet afwijkt van het geloof dat je aanhangt. Niemand moet zichzelf toestaan kritiekloos andermans keuzes te volgen.