Werkgevers willen óók meer zekerheid

Flexibilisering van de arbeidsmarkt staat in de belangstelling. Steeds meer mensen worden zelfstandige, en uitzendbureaus en payroll-bedrijven groeien. Schijnconstructies worden aangepakt. Werknemers willen zekerheid. Werkgevers willen flexibiliteit. Door deze flexibilisering staat ook de scholing van werknemers onder druk. Een nieuw arbeidscontract kan deze wensen bij elkaar brengen, en zorgen voor meer scholing.

Zekerheid om te leven

Waarom willen werknemers zekerheid? Iedereen die werkt, heeft rekeningen te betalen voor behoud en groei van huis en haard. Met een (redelijk) zeker inkomen, kunnen mensen investeren in hun huis en andere duurzame goederen. Ben je niet zeker van je inkomen? Dan spaar je een appeltje voor de dorst, en investeer je niet. Ook niet in jezelf. Hier zit welvaartsverlies, want de meeste mensen geven uiteindelijk meer om een fijn leven, dan een volle spaarpot.

Flexibiliteit om te overleven

Waarom willen werkgevers flexibiliteit? Technologische vooruitgang neemt in razend tempo veel bestaand werk uit handen en maakt sommige beroepen zelfs overbodig. We hebben bovendien de afgelopen jaren gezien hoe sommige markten inzakken als de economie tegenzit. Onder die omstandigheden kan een werkgever, voor zijn eigen voortbestaan, niet aan al zijn werknemers gebonden zijn.

Minder scholing, lagere productiviteit

Toch kan niet gesteld worden dat werkgevers nu hun zin krijgen. Naast flexibiliteit hebben werkgevers behoefte aan vaardig productief personeel. Dit is te bereiken met scholing. Ook werknemers hebben baat bij scholing, om beter te verdienen en desnoods makkelijker ander werk te vinden. Maar nu, van beide zijden, arbeidscontracten vluchtiger worden, zijn zowel werkgevers als werknemers minder bereid in vaardigheden te investeren. Het resultaat is onderinvesteringen in scholing, en productiviteitsverlies.

Race naar de bodem

In feite zoeken veel werkgevers naar “goede” werknemers om in te investeren. En andersom zoeken veel werknemers naar “goede” werkgevers zodat ze in zichzelf kunnen investeren. Die situatie doet denken aan de “Market for Lemons“, waarin Akerlof illustreert hoe onder bepaalde omstandigheden alleen de slechtste auto’s aangeboden worden op de tweedehandsmarkt. Op de arbeidsmarkt blijven naar analogie alleen de meest onzekere banen over omdat zowel werkgevers en werknemers elkaar niet vertrouwen en niet in elkaar investeren. We riskeren voor veel werk een race naar de bodem, ten koste van werknemers én werkgevers.

Uitgesteld loon als oplossing

Om werkgevers en werknemers te motiveren in elkaar te investeren zou uitgesteld loon een oplossingsrichting zijn. Het uitgestelde loon wordt opgegeven als de werknemer voortijdig zijn contract opzegt. Werknemers die hun werkgever zekerheid willen bieden, nemen graag genoegen met uitgesteld loon in ruil voor scholing. En werkgevers die uitgesteld loon bieden, willen dit terugverdienen door hun personeel te scholen. Zodoende kunnen deze werkgevers en werknemers elkaar beter vinden.

Een contract tussen tijdelijk en vast

In de praktijk zou daarom een arbeidscontract tussen het tijdelijke en vaste contract gewenst zijn. Een tijdelijk contract is onaantrekkelijk voor scholing, zowel voor werkgever als werknemer. En alle werknemers een vast contract werkt voor werkgevers niet in deze dynamische tijd. Een tussenvorm met uitgesteld loon helpt werkgevers en werknemers elkaar vinden als ze beide willen investeren. Ondertussen lopen ten behoeve van de flexibiliteit wel telkens na zoveel jaar arbeidscontracten af. Een nieuw arbeidscontract met uitgesteld loon maakt investeren en scholing weer aantrekkelijk, zonder de last van een vast contract.

Advertisements

Kabinet breekt overheidssector af

De inkomens van bestuurders die met belastinggeld worden betaald, zullen vanaf 2015 omlaag gaan. Op termijn gaan deze inkomensregels gelden voor alle medewerkers in de publieke en semipublieke sector.

Naast de besparing op de loonkosten zijn er economisch in grote lijnen twee gevolgen van dit beleid te geven:

  • Talentvolle mensen gaan vaker de overheidssector schuwen en vaker in de private sector werken;
  • Degenen die binnen de overheid blijven zullen minder gemotiveerd zijn en minder hard werken.

Minder talent en minder hard werken zal de diensten die de overheid levert natuurlijk schaden. Dat kan grofweg twee kanten opgaan: meer weggegooid geld of vaker inhuur vanuit de private sector. Beiden kanten komen er op neer dat de overheidssector wordt afgebroken. Misschien is dat de bedoeling, maar hoe cynisch als een kleinere overheid zo bewerkstelligd wordt.

Meer mantelzorg maakt zorg niet betaalbaar

Staatssecretaris Van Rijn wil dat mensen meer tijd uittrekken voor mantelzorg om daarmee de zorg betaalbaar te houden. Omdat het hier gaat om een zogeheten partiële oplossing is het een slecht en ondoordacht idee.

NOS.nl: ‘Zorg betaalbaar door hulp familie’

De eerste vraag die wij ons moeten stellen is of het efficiënt is dat bijvoorbeeld een duurbetaalde advocaat minder gaat werken om mantelzorg te verlenen in plaats van dat een goedkopere kracht dat doet. Uiteraard wordt de zorg daarmee op papier goedkoper omdat mantelzorg zich in de informele economie begeeft en daardoor buiten het zichtveld valt. Het verval van het werk van de verzorgende is een besparing op de zorgkosten en het verlies aan toegevoegde waarde van de advocaat, die werktijd moet opgeven om mantelzorg te geven, verdwijnt ergens onder de streep voor de gehele economie. Mensen moeten daar werken waar zij voor zichzelf en de maatschappij de hoogste toegevoegde waarde leveren en het bevorderen van mantelzorg lijkt daar tegenin te gaan.

Het tweede nadeel van meer mantelzorg is dat het dus om informele economische activiteiten gaat. Over informele economische activiteiten wordt geen belasting geheven. Het bevorderen van mantelzorg verlaagt dus de belastinggrondslag, daarmee de belastingopbrengsten en dus verslechtert de betaalbaarheid van de gehele Nederlandse overheid. Wat er mis is met geen belasting betalen? Kijk maar naar Griekenland. In mijn visie maken we eerst de koek zo groot mogelijk en gaan we dan verdelen. Meer mantelzorg draagt niet bij aan een zo groot mogelijke koek en is daarom in potentie schadelijk voor de economische structuur van Nederland.

Verhoging pensioenleeftijd motiverend

Uit onderzoek van ROA (Universiteit Maastricht) blijkt dat oudere werknemers minder vaak meedoen aan trainingen van hun werk. Het gemiddelde onderbuikgevoel zal er op neer komen dat werkgevers niet meer willen investeren in oudere werknemers en dat je voorbij een bepaalde leeftijd bent afgeschreven. Niets is minder waar. Oudere werknemers blijken minder gemotiveerd om aan trainingen deel te nemen, vaker er vrijwillig van afzien en sterker nog is het zo dat oudere werknemers vaker door hun werkgever worden gedwongen om een training te volgen.

Trainingsparticipatie naar leeftijdscategorie

Trainingsparticipatie naar leeftijdscategorie

Wat is hier aan de hand? In mijn ogen houden oudere werknemers rekening met de aankomende pensionering. Het is voor je eigen toekomst en carrière minder interessant om training te volgen, in jezelf te investeren, als er minder tijd over is om de vruchten er van te plukken. Het logische gevolg van een verhoging van de pensioenleeftijd zou dan zijn dat oudere werknemers langer gemotiveerd zijn om in zichzelf te investeren.

Er is vast anekdotisch bewijs te vinden dat oudere werknemers niet meer meetellen, maar als je ook niet meer in jezelf wilt investeren, soms tegen de wens van je werkgever, is daar ook wel wat voor te zeggen. Verhoging van de pensioenleeftijd zal het punt waarop het oninteressant wordt voor oudere werknemers om training te volgen, verschuiven. Omdat oudere werknemers dus langer in zichzelf zullen investeren, zal het doembeeld, dat verhoging van de pensioenleeftijd enkel tot meer werkloze ouderen zal leiden, geen bewaarheid worden.

Vijfde belastingschijf topinkomens zinloos

Verschillende partijen stellen voor om een vijfde belastingschijf in te voeren voor de hoogste inkomens. Het idee is dan dat daar geld te halen valt en die groep het wel kan missen. Maar, mensen zijn niet gek dus die zullen reageren op een vijfde hogere belastingschijf.

Wat zal er grosso modo gebeuren:

  • Grootverdieners zullen minder gaan werken want uitruilen tegen vrije tijd wordt minder duur, want er blijft na belastingen minder over en het is dus maar de vraag of je onder de streep meer belasting overhoudt;
  • Werkgevers zullen om hun toptalenten te behouden voor salarisverhogingen voor grootverdieners gaan kiezen, wat weer ten koste zal gaan van laagopgeleide banen en beloning.

De onzichtbare hand ‘van’ Adam Smith is enorm sterk en zal er voor zorgen dat opgewekte tegenkrachten het effect van een vijfde schijf sterk zullen beperken. Sterker nog, hogere belastingen kosten veelal banen en de gevolgen daarvan vallen altijd toe aan de allerzwaksten. Moet je het dan ongeacht ideologie niet doen? Dat is subjectief en niet aan mij. Glashelder is dat je met een vijfde belastingschijf niet zonder meer gratis geld ophaalt of nivelleert, want marktkrachten zullen zich hier krachtig tegen verzetten met bijbehorende nadelige gevolgen.

Rijken zwaarder belasten?

In de VS is een discussie over het zwaarder belasten van rijken gaande: de Buffett-belasting, naar de bedenker superbelegger Warren Buffett die procentueel minder belasting betaalt dan zijn secretaresse. Is het verstandig om rijken zwaarder te gaan belasten? Zoals zo vaak geeft de economische wetenschap twee tegengestelde antwoorden. Eens afpellen wat er nu eigenlijk speelt.

Een spelregel vooraf: het lastige aan het anders belasten van vermogen en loon is dat het moeilijk differentiëren is. Ondernemers kunnen in zekere zin kiezen of ze de winst uit onderneming als loon of als vermogenswinst genieten. Ondernemers zullen natuurlijk kiezen voor de variant met het laagste belastingtarief.

Prominent in de discussie zijn natuurlijk Krugman, die leunt op Diamond en Saez (en Piketty). Deze kant van het verhaal gaat er op in of ‘rijken’ banen creëren en of zij minder hard zullen gaan werken als zij meer belasting moeten gaan betalen. De risico’s voor de arbeidsmarkt lijken marginaal, zolang iemand meer kan verdienen doet iemand dat kennelijk. Een hogere belasting op vermogen (of erven) maakt meer herverdeling mogelijk zonder dat de te verdelen koek veel kleiner wordt.

Voor mijn scriptie kwam ik eerder een heel andere visie tegen. Mankiw (zeer leesbaar) stelt dat een vermogensbelasting van nul optimaal is. Ook voor niet-vermogenden! Hoe dat kan? Het idee is dat het loon wat iedereen verdient hoger wordt als er meer kapitaal in de economie is. Met meer investeringen in machines enzovoort kan meer met arbeid verdiend worden, ook door niet-vermogenden.

Dat zijn twee geheel andere uitkomsten en ook geheel andere benaderingen. Ik denk dat een nihile vermogensbelasting niet wenselijk is. In mijn ogen is dat niet uit te leggen en zullen mensen dat niet accepteren. Bovendien zullen ondernemers hun eigenlijke looninkomen als vermogenswinst vermommen. Maar, ik voel ook niet voor de andere kant dat je vermogen heel zwaar moet belasten. Ik denk dat enig kapitaal in de economie wenselijk is, ook voor niet-vermogenden. In mijn ogen wordt er bij een hele hoge vermogensbelasting te makkelijk aan voorbij gegaan dat kapitaal een voorwaarde is voor een hoger arbeidsinkomen.

Conclusie, ik weet niet wat het juiste is. Het antwoord wat je vindt, is erg afhankelijk van de benadering die je kiest. Zie je vermogen/rijkdom als iets waar de hele maatschappij via belastingen of via productiviteit van kan genieten bepaalt waar je uitkomt. In de praktijk zal de waarheid, als zo vaak, in het midden liggen. Vermogen en rijkdom moet je dus belasten om te kunnen herverdelen, maar niet te zwaar om te voorkomen dat je met zijn allen arm wordt.

Student: wees verstandig en leen!

nu.nl: Studenten steken zich flink in de schulden

Men blijft zich maar druk maken over studenten die (veel) geld lenen. Waar het nooit over gaat is dat hier hele goede rationele gronden voor te geven zijn. Ik behoor tot de groep studenten die behoorlijk wat geleend heeft, vermoed ik. Onlangs werden alumniverenigingen door het Erasmus Magazine bevraagd hierover. Mijn reactie was de volgende.

“Zelf ben ik betrekkelijk recentelijk afgestudeerd en de afbetaling vangt voor mij pas in 2012 aan. Wel heb ik een vrij helder idee over lenen, temeer ik de laatste jaren van mijn studie als mr.drs.-student grotendeels zelf heb moeten financieren. Toen de studiefinanciering afliep heb ik mij beter verdiept in de voorwaarden en naar aanleiding daarvan ben ik begonnen maximaal te lenen. Ik heb mijn gewone bestedingspatroon gehandhaafd en het overschot tegen gunstige rente (vrij opneembaar tot maximaal 1-jaar deposito’s) weggezet. Het overschot rendeert daardoor op dit moment positief. Zou het om wat voor reden dan ook nodig zijn, kan ik met de korte looptijden dit deel van de lening snel aflossen.

Het overschot is ‘handig om te hebben’ wanneer ik een grote uitgave (auto, witgoed, verhuizing en interieur) zou willen doen. Waar een andere afgestudeerde misschien gedwongen is een persoonlijke lening af te sluiten, ga ik dit overschot gebruiken. Dan betaal ik een beduidend gunstiger rente dan op een PL. Persoonlijk ga ik er nu van uit dit potje nooit nodig te hebben, maar ‘stel dat’ is het gebruik minder pijnlijk dan meteen naar de bank te moeten.

Dan resteert het bedrag dat ik heb moeten lenen om te wonen en te leven de laatste 2½ a 3 van 7 jaren studie. Ik kan het niet meer helemaal terugrekenen, maar zonder serieuze bijverdiensten denk ik ongeveer 22-24 duizend euro besteed te hebben. Ongeveer de helft van dat bedrag heb ik daar bovenop kunnen sparen voor het hiervoor genoemde ‘potje’. De vervolgvraag is dan natuurlijk: hoeveel geld is dat in de praktijk als je gaat werken?

De meeste Rotterdamse studenten volgen studies met een goed perspectief op de arbeidsmarkt (bv. economie, bedrijfskunde, rechten, medicijnen). Startsalarissen zijn al dusdanig hoog (vaak gelijk bovenmodaal) dat wanneer iemand enigszins poogt een paar jaar als student te blijven leven er jaarlijks met gemak zeker 5 duizend euro gespaard kan worden. Dan ben je, als je meteen zou willen aflossen (wat ik ontraad), in 4-5 jaar van je IBG lening af. Lijkt mij een zeer schappelijke en te overziene periode.

Degenen die meteen alles willen – huisje met een tuintje, ruime stationwagon, verre vakanties en zo snel mogelijk in de luiers – maken het zichzelf in mijn ogen moeilijker dan nodig. In dat geval lopen je maandelijkse lasten gelijk hard op en dan kan de aflossing wel pijn doen. Als je tijdens het studeren meer hebt geleend dan nodig, zoals ik, kun je natuurlijk ook dat geld (dat je anders niet gehad zou hebben) aanwenden om mee af te lossen. Dan heb je goed beschouwd heel lang geen toegenomen maandlasten en begint het aflossen vanuit je eigen salaris pas jaren later.”

Of in andere woorden: verstandig lenen is niks mis mee en sterker nog is lenen (bij de DUO) juist verstandig.