Staatsschulden: Noord-Europa als dealer van Zuid-Europa

Volgens Arnoud Boot, en vele anderen, zouden we de ‘solidariteit’ met onze collega’s in Zuid-Europa moeten doorbreken. Doordat Europese landen impliciet garant staan voor elkaar lokt dit bij sommige landen niet te repareren kwistig gedrag uit. De Zuid-Europese economieën zouden in zekere zin structureel/cultureel anders functioneren waardoor daar de loonkosten per eenheid product veel harder oplopen. Voor de Euro was daar het middel van devaluatie van de eigen munt een oplossing voor. Dat kan nu niet meer, waardoor via consumptie de schuldposities van deze landen zijn opgelopen, totdat ze semi-‘ondragelijk’ werden.

Er is nu een enorme hoeveelheid garantievermogen bij elkaar gebracht in de EFSF wat de grootste problemen voorlopig moet verhelpen. Sommigen menen dat het IMF er maar weer eens de zweep over moet gooien in Zuid-Europa, daar zijn ze goed in immers. Anderen willen een splitsing in (minstens) twee valutagebieden: een euro voor Zuid-Europa en een voor Noord-Europa. Allemaal met de impliciete ondertoon dat onze vrienden in Zuid-Europa er een zooitje van hebben gemaakt, dat zij de boel verpest hebben door onverstandig met hun geld om te springen, en dat ze ‘ons’ in Noord-Europa meeslepen in de misère. Ik vraag mij af hoe eerlijk het is om met de beschuldigende vinger naar het zuiden te wijzen.

Sterke economieën als de Duitse, en in het kielzog bijvoorbeeld de Nederlandse, hebben al tijden overschotten op de ‘lopende rekening‘. Dat betekent dat die landen, kort door de bocht, meer verkopen aan het buitenland dan zij van het buitenland kopen. Dat is precies waardoor een land als Griekenland in de problemen is gekomen. Simplistisch voorgesteld hebben Duitsers geld aan Grieken uitgeleend, waarmee deze Grieken vervolgens weer Duitse producten hebben gekocht. Het verdiende geld hebben deze Duitsers vervolgens weer uitgeleend aan de Grieken. Toen Duitsland nog de Mark had en Griekenland de Drachme zou de Drachme, vanzelf, minder waard geworden zijn door deze keten van transacties. Duitse producten zouden snel duurder geworden zijn voor de Grieken, waardoor de vraag naar Duitse makelij zou zijn teruggelopen. Hierdoor zou het tekort op de lopende rekening van Griekenland terug zijn gelopen.

Door de invoering van de Euro is dit duurder worden van Duitse producten, via deze route, niet gebeurd. Immers, Grieken hebben nu dezelfde munt als de Duitsers, waardoor transacties in verschillende munten de prijzen van buitenlandse producten niet meer beïnvloeden. Wat wel gebeurd is, zoals hiervoor omschreven, is dat exporterende landen in het Euro-gebied de consumptie van importerende landen hebben gefinancierd. Eigenlijk had men moeten aanvoelen dat bepaalde mechanismen die van oudsher werkten via verandering van wisselkoersen er niet meer waren. De ECB had bijvoorbeeld Duitsland (en bv. ook Nederland) moeten opdragen de overschotten op de lopende rekening terug te brengen. Dat is niet gebeurd. De meeste Noord-Europese landen hebben Zuid-Europese landen van goedkoop krediet voorzien. Dit uitgeleende geld heeft men verdiend door tegen een bijzonder gunstige wisselkoers (1 Duitse Euro = 1 Griekse Euro) naar Zuid-Europa te exporteren. In andere woorden: Noord-Europa heeft Zuid-Europa in zekere zin verslaafd gemaakt aan goedkoop krediet, en goedkope producten uit het Noorden.

Een dealer van de straat, of bookmakers om mijn part, zijn ook wel bereid om enige tijd geld te lenen aan hun afnemers om de verslaving eerst nog wat sterker aan te zetten. Als het dan echt uit de hand gelopen is, kan het misbruik beginnen. Noord-Europese landen hebben lang geprofiteerd van het exporteren naar, voornamelijk, Zuid-Europa. Ik vind dat in morele zin Noord-Europa medeplichtig is aan de problemen in de PIIGS-landen. Als jij een overschot op je lopende rekening hebt, mede door een gunstige wisselkoers, en je met de overschotten de tekorten van andere landen relatief goedkoop dicht, heb je ook gewoon schuld. De gehele Eurozone handelt relatief weinig met niet-Europese landen. Een overschot op jouw lopende rekening betekent dus meteen dat je een bevriend land elders in Europa in de problemen aan het helpen bent, zeker als dat te lang duurt. De verontwaardiging in landen als Duitsland (en Nederland) over de schulden van landen als Griekenland vind ik dus grotendeels misplaatst. Niet minder misplaatst dan een drugsdealer die klaagt dat zijn klanten in een sociaal isolement zijn gekomen, en daardoor hun schulden niet afbetalen.

Verjaring

Eind november gingen geluiden op in de Tweede Kamer om de verjaring van zware geweldsmisdrijven af te schaffen: nrc.nl. Verjaring betreft hier dus het strafrecht; wanneer de verjaringstermijn is verstreken kan er geen strafvordering meer ingesteld worden naar aanleiding van een strafbaar feit. In andere woorden: iemand gaat vrijuit met het verstrijken van voldoende tijd.

Nieuwe forensische methoden maken het mogelijk om meer dan vroeger zogeheten ‘cold cases’ alsnog op te lossen. Misdrijven die jarenlang door onvoldoende bewijs niet opgelost konden worden, zijn nu met nieuwe technieken alsnog op te lossen. Dat heeft minder zin, als de gevonden dader door verjaring niet meer gestraft kan worden.

In 2006 werd al geregeld dat bijvoorbeeld voor moord geen verjaring meer optreedt. Daar is in eerste instantie weinig tegen. Technologische vooruitgang vereist herziening van bestaande regelingen. Wel moeten we altijd kritisch blijven over hoe ver we gaan en waarom we tot wijziging over gaan. Is dit bijvoorbeeld ook een achterdeur om het misbruik in de kerk weer strafbaar te krijgen? Wijziging vanwege anekdotische gebeurtenissen, hoe begrijpelijk ook, vind ik niet gewenst. Wat in redelijkheid forensisch nog strafbaar kan zijn, moet dat zijn, en niet omdat we er nu achter komen dat sommige zaken nogal ongelegen verjaard zijn.

Inzicht in type 1 en type 2 fouten is bij het afschaffen van verjaring van belang. De verjaring van een delict betekent namelijk dat niet alleen de dader niet meer vervolgd kan worden, maar ook dat een onschuldige niet meer vervolgd kan worden. Dat lijkt mij een relevant aspect bij delicten van 20+ jaar geleden. Een type 1 fout treedt op in het strafrecht wanneer een onschuldig iemand veroordeeld wordt. Dat is niet te voorkomen, zoals ook wel blijkt uit de portie die we de laatste tijd gehad hebben: Ina Post, Lucia de Berk en anderen.

Technologische vooruitgang en nieuwe inzichten hebben bijgedragen aan deze ontdekkingen van opgesloten onschuldigen. We mogen dus ook verwachten dat in de toekomst het minder vaak voor komt dat een onschuldige veroordeeld wordt. De vraag die ik mezelf stel is of deze verworvenheid niet meer dan teniet wordt gedaan door te morrelen aan de verjaringstermijnen. Getuigen zijn al slecht te vertrouwen, laat staan 20+ jaar na dato. De kans op fouten neemt daar toe, hoe graag we ook een misdadiger straffen. Oprekking, of zelfs afschaffing, van verjaring is niet per definitie verkeerd. Wel moeten we met elkaar kritisch blijven ten aanzien van hoeveel opgesloten onschuldigen we accepteren, want die gaan er weer meer komen met de (gedeeltelijke) afschaffing van verjaring.

Verdieping: Type I and Type II Errors – Making Mistakes in the Justice System

Bonnenquota

Bonnenquota bij de politie worden afgeschaft als het aan minister Opstelten van Veiligheid ligt. Van de week hoorde ik veelvuldig de beschuldiging dat er bonnen worden geschreven om het bonnen schrijven, en dat dit moet stoppen. Ligt dit niet iets genuanceerder vraag ik mij dan af.

In mijn ogen hebben de korpsbeheerders een methode nodig om er op toe te zien dat politie-agenten hun werk doen. De vraag is terecht of dat met enkel het aantal bonnen te meten is. Het zou niet het enige criterium mogen zijn. In het extreme geredeneerd lijkt mij wel dat er toch iets mis is als een agent die op straat werkt nimmer een bon schrijft. Daarvoor hoor ik toch echt te veel mensen mopperen over hoe andere mensen zich (ge)(mis)dragen. Je kunt wel zeggen dat er geen bonnenquotum is, maar een agent die er opvallend weinig schrijft zal denk ik nog steeds iets uit te leggen hebben bij zijn of haar functioneringsgesprek. Dat je dan technisch politiek-bestuurlijk geen bonnenquota hanteert, betekent niet dat er feitelijk iets verandert.

Mijn persoonlijke voorkeur zou er naar uit gaan dat agenten gewoon weten wat er van ze verwacht wordt, en wat ze dus wel of niet door de vingers moeten zien. Een globaal ‘bonnenquotum’ kan daar een indicatie voor zijn: hoeveel bonnen wordt ik geacht te schrijven, en hoe zwaar zijn de vergrijpen die een dergelijk quotum zouden vullen (van zwaar naar licht)? Misschien is het huidige quotum te hoog, daar heb ik geen oordeel over, maar ik denk niet dat het afwijzen van bonnenquota op principiële gronden hout snijdt.

Dubbele nationaliteit: uit het oog is niet hetzelfde als uit het hart

‘Staatssecretaris moet tweede pas wegdoen’

DEN HAAG – PVV-leider Geert Wilders wil dat staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid) afstand doet van haar Zweedse nationaliteit.

Allereerst is het opmerkelijk dat ik vandaag in de media overal hoor dat Wilders in ieder geval “consequent” is. Waarom is dat vermeldenswaardig? Hij heeft zoals iedereen vandaag ook heeft gehoord eerder al eens letterlijk de Zweedse nationaliteit als tweede nationaliteit afgekeurd. Ik zou zeggen: hij heeft ongeacht zijn eigen mening weinig keus.

Wilders kaart de dubbele nationaliteit aan vanwege veronderstelde loyaliteitsproblemen. Dit ontgaat mij. Een dubbele nationaliteit is een papieren werkelijkheid. Loyaliteit lijkt zich mij toch meer in de echte wereld te begeven. Iemand is niet per se minder loyaal met een dubbele nationaliteit. En iemand dwingen afstand te doen, zal er in mijn beleving ook niet voor zorgen dat iemand loyaal wordt. Sterker nog, iemand zal soms om praktische redenen zich gedwongen zien de Nederlandse nationaliteit aan te nemen. Als dat gepaard gaat met het gedwongen verlies van de originele nationaliteit zal het Nederlanderschap voor deze persoon mogelijk voor altijd geassocieerd worden met dit opgedrongen identiteitsverlies. Wat voor ‘loyaliteit’ valt van deze persoon dan nog te verwachten?

Ik geloof er niet in. Nationaliteit op papier houdt weinig in als deze niet overeenkomt met de mate waarin men zich gevoelsmatig verbonden voelt met een land. Mensen in een keurslijf drukken past bij autoritaire regimes, en die redden het op de lange termijn nooit. Je kunt het wel doen, maar je mag er niks van verwachten: actie leidt tot reactie. Misschien trekken allochtonen als tegenreactie wel meer met elkaar op, juist doordat ze gedwongen worden Nederlander te worden (wat dat ook moge zijn). Iemands andere nationaliteit ‘uit het oog’ drukken, neemt deze nog ‘niet uit hart’.

Is linkse politiek moeilijker te verkopen?

In reactie op: “Politieke wijsheden van neurowetenschappers en filosofen” door Michiel Mulder.

Interessante manier om politiek te benaderen. Wel rijst bij mij de vraag hoe bijvoorbeeld dat item van Netwerk over de koopkrachtgevolgen van het VVD-programma past in deze benadering. Over ‘angst activeren’ gesproken denk ik dan.

Ik ben geen filosoof noch neurowetenschapper, dus strikt binnen die domeinen kan ik de discussie niet aangaan: dat leg ik af. Wel spreekt er een Calimero gedachte uit: het linkse verhaal is intrinsiek goed, maar moeilijk(er) te begrijpen.

Daar zitten twee dimensies aan. Ten eerste vind ik die benadering niet verstandig, omdat je daarmee elk falen kunt vergoelijken met de uitleg dat de goede boodschap niet goed overkomt. Het gevaar daarvan is dat je minder geneigd bent om te kijken of jouw verhaal inhoudelijk sluitend is, en sneller naar cosmetische oplossingen gaat zoeken.

Ten tweede vind ik de allegorie van Plato wel illustratief. Waarom zouden de grotbewoners een boodschap hebben aan de ‘echte werkelijkheid’ als dat nooit ‘hun werkelijkheid’ zal zijn? Ook roept deze allegorie in deze context een verheven beeld op: links weet hoe de wereld echt in elkaar zit, en zagen die verdomde grotbewoners dat nou ook maar. In andere woorden neigt een en ander naar meritocratie, en of je dat nou moet willen.

Studenten: stelletje dommeriken

‘Schrap slimmerikenbelasting’

In een open brief aan PvdA-leider Job Cohen smeekt de Landelijke Studentenvakbond hem geen ‘slimmerikenbelasting’ in te voeren.

Het is moeilijk om niet te veronderstellen dat de LSVb niet het hele plaatje voor ogen heeft. Ten eerste valt een belangrijk deel van de impact van de crisis neer bij mensen die al een groot gedeelte van hun pensioen hebben opgebouwd. Daarnaast krijgen huidige jongeren het hoe dan ook voor de kiezen, bijvoorbeeld bij een hogere AOW-leeftijd. Omzetting in een sociaal leenstelsel lijkt mij een pijnlozere constructie, dan heel veel andere ingrepen die op de jeugd afkomt. Daar heeft de LSVb te weinig oog voor.

Ten tweede vind ik het niet verkeerd dat er meer prikkels komen om een verstandige studiekeuze te maken, en de studie serieus te nemen. Er zijn er genoeg waar het daar in mijn ogen bij aan schort. Daarnaast zou ik, in overeenstemming met de partijen die dit plan opperen, graag zien dat dit geld in het onderwijs blijft. Links en rechts valt er kwalitatief behoorlijk wat te verbeteren. Daar het beschikbare geld in steken vind ik meer hout snijden dan inkomensondersteuning die in zijn geheel omgezet wordt in een gift.

Ook vind ik het telkenmale bij het banale af dat studenten durven te klagen over hun financiële vooruitzichten. Het gros van de HBO en WO studenten gaat bovenmodaal verdienen. Bovenmodaal is gewoon vorstelijk, punt. Niet zeuren als je dan jouw opleiding moet gaan terugbetalen. Je kunt het missen, echt.

Overigens verbaasd mij dat ook telkens weer. Een bedrag van, zeg 50.000 euro, lenen om te investeren in jezelf krijgt bijna iedereen koudwatervrees bij. En als er een huis gekocht moet worden, sloten tot voor kort veel net-afgestudeerden zonder blikken of blozen tophypotheken af op 125% van de woningwaarde leunend op twee volledige inkomens. Ik snap daar helemaal niks van. Een stapel stenen is je toch niet meer waard dan jouw eigen verdiencapaciteit en persoonlijke ontwikkeling?

Gaat politieke ideologie failliet?

Partijen die opkomen voor één, vaak pluriforme groep, zijn een steeds vaker voorkomend verschijnsel. Eens hadden we boer Koekoek met zijn Boerenpartij, daarna een tijdje Ouderenpartijen. Nu hebben we, mede dankzij BNN, een jongerenpartij, LEF, en komen andere webloggers met ideeën zoals een Lijst ZZP.

Niet alles hoeft wat betreft die initiatieven even serieus genomen te worden. Ook zou je kunnen speculeren dat het ideologische spectrum wel redelijk gedekt is, en het ‘gat’ in de politiek, als het er al is, te vinden is bij meer op belangengroepen georiënteerde partijen dan ideologische partijen.

Dit fenomeen kun je van twee kanten benaderen. De eerste kant is de vraag waarom mensen zich meer verbonden zouden voelen met een doelgroep als ouderen of jongeren dan met liberalen of sociaal-democraten. Mijn indruk is altijd dat er binnen zulke doelgroepen heel diverse meningen op nagehouden worden, naast een beperkt spectrum waar de belangen ‘van nature’ samenvallen. Gegeven een zeker draagvlak zoals de Ouderenpartijen in het verleden kregen, vraag ik me toch af in hoeverre hun stemmers zich verdiepen in waar een partij voor staat en wat het hele politieke spectrum inhoudt. Je komt van een koude kermis thuis als een dergelijke partij opeens, in jouw ogen gekke, dingen gaat roepen over een onderwerp dat niet meteen iets met het ‘natuurlijke’ belang te maken heeft.

De andere kant is dat als er draagvlak is, er mogelijk groepen zijn die zich zo miskend wanen dat zij elk meningsverschil laten varen ten behoeve van de ‘natuurlijke’ belangen. Dat kan uit desinteresse “als jongere kan het mij niet schelen wat er met ouderen gebeurt” of uit scherpe frustratie over ervaren consequente benadeling van de groep. Om het even, dat is niet positief.

Persoonlijk zie ik dergelijke belangenpartijen liever gaan dan komen. Ik denk dat ze niet in de politieke arena thuishoren, maar onderdeel dienen te zijn van het maatschappelijke veld zoals vakbonden, milieubewegingen enzovoort. Zouden partijen van belangengroepen echt aan invloed winnen, dan is dat kennelijk een indicatie dat het failliet van ideologie nakend is. Of we daar met zijn allen beter van worden, vraag ik me af.

Lokale overheden en moreel risico

Brabant eist groter gedeelte van geld Provinciefonds

Belachelijk vinden de staten het dat de uitkering gecorrigeerd wordt voor het vermogen dat provincies hebben.

Waarna er nog verwezen wordt naar de Icesave en Ceteco affaires. Daarin verloren respectievelijk Noord-Holland en Zuid-Holland karrevrachten geld, waardoor ze nu een minder vermogende provincie zijn. (On)bewuste naïviteit wordt dus niet afgestraft, en in feite beloond.

Hier gaat inderdaad iets mis. Het gevaar van moreel risico wordt binnengehaald. Als provincies een hogere uitkering krijgen als hun vermogen lager is, creëer je een immens sterke prikkel om risico’s te nemen. Als het goed gaat, pak je de jackpot en als het mis gaat word je gered door de Rijksoverheid en de belastingcenten die alle Nederlanders bijeen brengen. Dat moeten we niet willen, als je de mist in gaat als provincie moet je daar voor bloeden. En hopelijk kiezen de inwoners dan in het vervolg ook betere bestuurders. Indirect worden immers de inwoners van een risico-zoekende provincie beloond, en dat is inherent fout. Elk volk krijgt de leider die zij verdient, en als die er een puinhoop van maakt, zul je daar toch in belangrijke mate mee moeten leren leven.

Hetzelfde gevaar lopen we met gemeentebestuurders. Fratsen zoals het Adje theater in Tilburg en de Noord-Zuidlijn in Amsterdam hebben hun impact op de gemeentelijke financiën. Daarmee beïnvloeden dergelijke megalomane projecten de beschikbaarheid van geld voor andere bestemmingen. Gebreken elders kunnen nopen tot Rijksondersteuning want daar hebben sommige gemeenten (zogenaamd?) geen geld voor. Gaat het helemaal mis, krijgt een gemeente de artikel 12-status. Dan krijgt de gemeente extra geld in ruil voor extra toezicht. Maar helpt dat dan nog? In het hypothetische geval dat het mis zou lopen met Amsterdam geldt nog steeds dat er een periode door de zure artikel 12-status gebeten moet worden, maar ondertussen ligt die Noord-Zuidlijn er wel.

Naar aanleiding van de Ceteco affaire werd bankieren door lagere overheden verboden. Dat is niet genoeg. Het gevaar van moreel risico houdt in mijn ogen in dat er in een nationale eenheidsstaat voor lokale overheden geen ruimte is om autonoom grote (megalomane) investeringen te doen. Ook is er geen ruimte om grote kasoverschotten te hebben. De kans dat bij (on)bewust verkeerde inschatting de rekening op het bord van de hele Nederlandse maatschappij komt te liggen, is onacceptabel.

VVD programma besproken

Mijn politiek voorkeur is geen groot geheim, en ik vind het wel aardig om eens de beknopte verkiezingspunten van de VVD door te lopen.

Bezuinigingen

* De VVD wil een kleinere staat met een kwart minder politici, halvering van het aantal ministers en veel minder ambtenaren. Dit levert 4 miljard euro op in 2015, oplopend naar ruim 6 miljard in 2020.
* De VVD wil uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking en de afdracht aan de Europese Unie halveren. In 2015 bespaart dit 4,5 miljard euro belastinggeld, oplopend naar 5,5 miljard in 2020.
* De VVD wil de kansloze immigratie tot nul beperken en stoppen met inburgeringssubsidies. Immigranten moeten voor werk en niet voor de uitkering naar Nederland komen, dus de eerste tien jaar in Nederland krijgen zij geen uitkering. Dit levert 0,5 miljard euro op in 2015, oplopend naar een kleine 2 miljard in 2020.
* In de sociale zekerheid wordt de re-integratiebureaucratie beperkt en alleen écht jong gehandicapten krijgen een uitkering. De WW wordt korter, maar de eerste maanden hoger. Dit leidt in 2015 tot 4 miljard euro besparingen, oplopend tot 9 miljard in 2020.

Minder ministers en minder ambtenaren is een terugkerend punt natuurlijk. In mijn ogen is dat alleen mogelijk als de overheid ook daadwerkelijk minder gaat doen. De indruk dat je met het modewoord ‘efficiencyslagen’ miljarden kunt bezuinigen vind ik niet realistisch. Minder ambtenaren leidt te vaak tot de inhuur van ‘consultants’ en die zijn bepaald niet goedkoper.

Minder geld naar EU en ontwikkelingssamenwerking ben ik niet bijzonder enthousiast over. De bijdrage aan de EU zou inderdaad eerlijker kunnen, maar wat betreft ontwikkelingssamenwerking vind ik dat we ons aan internationale afspraken moeten houden. Dat anderen dat niet doen, is voor mij geen reden om het dan ook maar niet te doen. Afspraken maken en nakomen betaalt zich ook uit, en slimme inzet van ontwikkelingshulp kan het Nederlandse bedrijfsleven ook van profiteren

Ook ben ik niet enthousiast over de negatieve houding ten opzichte van immigranten. Ja, ik ben het er mee eens dat mensen hier niet voor een uitkering horen te komen. Ik vind daarentegen ook dat als je bijdraagt aan sociale verzekeringen, dat je er ook van hoort te profiteren als dat zo uitkomt. Onderzoek eens, zoals bij de AOW, of je rechten kunt opbouwen als immigrant en op basis daarvan uitkering krijgt. Tien jaar sowieso niets is mij te gortig, en lijkt mij oneerlijk ten opzichte van Nederlandse uitvreters.

Beperking van de sociale kant van de arbeidsmarkt (WW etc.) vereist in mijn ogen dat ook iets aan het ontslagrecht wordt gedaan. Als ik minder WW krijg, moet het een toekomstige werkgever ook gemakkelijker gemaakt worden om mij aan te nemen en te houden. Nu blokkeert het ontslagrecht het aannemen van personeel, want wanneer kun je pas weer van iemand af is maar de vraag. Alleen bezuinigen op WW en degenen die, soms enkel met mazzel, hun baan behouden ontzien, is onvoldoende: het ontslagrecht moet ook soepeler.

Investeringen

* De VVD investeert in veiligheid door méér blauw op straat: 3.500 agenten extra, ook op het platteland.
* De VVD investeert jaarlijks 500 miljoen euro in extra wegen en een forse uitbreiding van het spoorwegennet.
* De VVD investeert 2,5 miljard euro in de kwaliteit van het onderwijs waarmee deze een stevige impuls krijgt.

Zondermeer goede punten lijkt mij. Forse uitbreiding van het spoorwegennet lijkt mij in Nederland de aangewezen manier om woon-werk verkeer mogelijk te houden. Het Nederlandse net schijnt aan de capaciteitsgrenzen te zitten, dus uitbreiding van de infrastructuur is een uitermate verstandig plan. Daarnaast vind ik dat onderwijs erg belangrijk is om sociale verschillen te beperken. Waar sommigen denken dat je met kleptocratentaksen alles oplost, zal een verstandig mens erkennen dat de economie waarin wij leven capaciteiten beloont. Daar is geen progressieve belasting tegen opgewassen. Met dat gegeven moet je dus proberen de capaciteiten van iedereen te maximaliseren, want daarmee bereik je echte nivellering. Investeren in het onderwijs is daarvoor in mijn ogen een geschikt middel, en effectiever en socialer dan even een uitkering of toptarief optrekken.

Vernieuwingen

* Op basisscholen krijgen kinderen weer les in d’s en t’s, de kwaliteit van het vakonderwijs moet omhoog en de VVD wil meer academici voor de klas.
* De VVD kiest voor betaalbare zorg van betere kwaliteit en dichter bij huis.
* Werken en ondernemen moet weer lonen, daarom verlaagt de VVD de belastingen.

Zo beschreven houdt het nog niet veel in. In hoeverre deze wensen betaald kunnen worden vraag ik me af. Wel deel ik de mening dat als wij vinden dat de kwaliteit van het onderwijs en de zorg omhoog moet we in allerlei opzichten daar ook voor moeten willen betalen: meer investeren en betere arbeidsvoorwaarden voor onderwijzers en zorgverleners. Belastingverlaging zou in mijn ogen moeten kunnen, maar lijkt mij niet strikt nodig. Zeker niet als de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld in stand blijft. Belastingverlaging in de laagste schijf zou ik wel interessant vinden om te proberen ook laaggeschoolden maximaal aan werk te helpen.

Wat wil de VVD niet?

* De VVD wil niet tornen aan de hypotheekrenteaftrek (de overdrachtsbelasting willen we wél aanpakken).
* De VVD wil direct stoppen met de kilometerheffing.
* De VVD wil de Bosbelasting (inkomensafhankelijke ouderenbelasting) afschaffen.

Het gedachtenexperiment dat ik altijd doe bij de hypotheekrenteaftrek is of je het zou invoeren als het er nog niet was: nee. Het verstoort de markt niet zozeer, maar het is wel een bizarre manier van rondpompen van geld. Ik zou het willen afschaffen, en niet omdat de rijken bevoordeeld worden (dat valt reuze mee), maar omdat het een ondoelmatig vreemd fiscaal vehikel is.

Zeker de spitsheffing was een interessante mogelijkheid om efficienter gebruik te gaan maken van het wegennet. Nu waren de Nederlandse ambities weer over de top, maar beter onderzoeken of er niet toch wat meer prijsdifferentiatie kan komen op de weg zou ik niet zo tegen willen zijn als de VVD nu. Ik zie meer kansen voor de economie, dan bedreigingen rond dit dossier.

Over de Bosbelasting heb ik niet echt een mening. Volgens mij heeft niemand daar echt onwijs veel pijn van, dus waarom die fiscalisering van de AOW er af moet zie ik niet zo. Zeker niet omdat die groep naar het nu lijkt eerder met pensioen heeft kunnen gaan dan toekomstige generaties.

Bankentaks levert geen geld op

Bankentaks in EU kan 50 miljard opleveren |

Klinkt mooi, maar zo werkt dat dus niet. Het is op zijn best herverdeling. Mogelijk gaat het ten koste van economische activiteit, en dat kost écht geld. In beginsel heb ik er geen mening over, maar we moeten uitkijken dat we gaan doen alsof belasting “geld oplevert”. Dat doet het maar zelden. Vaker kost het geld als marktimperfectie, en het is eigenlijk nooit meer dan een herverdeling van geld.