Kilometerheffing horde te ver?

Om vrijheden overeind te houden, doen we er goed aan niet overal een prijs aan te hangen. Een voorbeeld hiervan kan de spits- of kilometerheffing zijn, welke uit het oogpunt van vrijheid een zoveelste horde opwerpt.

Vorige maand meldde het CPB dat een kilometerheffing op drukke wegen in de spits gunstig is voor de welvaart, maar lastig uitvoerbaar is. Het persbericht komt er op neer dat invoering niet haalbaar is als we er ook wat mee willen opschieten. Achter de kilometerheffing gaat daarnaast ook een belangrijke politieke afweging schuil.

De toegang tot de weg wordt immers ingeperkt met een kilometerheffing en dat maakt het een politieke afweging. Voor wie de weg op wil, zijn er al de kosten van de auto en de brandstof (inclusief accijns). Hoeveel meer wil je als maatschappij dan nog doen om mensen, weer via hun portemonnee, te ontmoedigen alsnog de weg op te gaan?

Je kan met elkaar besluiten dat iedereen vanaf een bepaald punt moet kunnen gaan wanneer hij of zij dat wil. Een kilometerheffing is op te vatten als de zoveelste horde die het recht van de sterkste beschermt: “Omdat ik veel verdien, heb ik er meer voor over om in de spits te rijden, en mag een ander om de spits heen werken.” Niet mooi.

De spits is net als de rij bij de kassa een “gelijkmaker”: een van die weinige momenten dat we gewoon op onze beurt moeten wachten en ongeacht status gelijk zijn. Dan leven we af en toe nog een beetje in elkaars wereld. Dat moet zo blijven, want met rijkdom koop je dan misschien meer merkspullen, maar niet al maar meer vrijheid.

Uit maatschappelijk oogpunt kan een kilometerheffing alsnog gewenst zijn, al blijkt dat niet uit de CPB-analyse. Maar de kilometerheffing mag zeker geen achterdeur zijn om burgers uit de file te pesten.

Toegankelijkheid als voorwaarde voor patent in de zorg

De verlening van een patent moet afhankelijk worden van hoe toegankelijk het medicijn vervolgens is. Een voor sommigen onbetaalbaar medicijn krijgt geen patent meer. Deze maatregel houdt de zorg betaalbaar en laat farmaceuten zich richten op elke beurs om op termijn gevaarlijke tegenstellingen in de samenleving te voorkomen. Dit krachtige idee rolde uit een denksessie van Denktank Prospect.

Tijdens de denksessie “Generatie Y over zorg in 2040” van Denktank Prospect werden eerst twee presentaties gegeven. Oscar Dekker (bestuursvoorzitter GGZ) sprak over de verschillende perspectieven op de zorg die hij in zijn leven opdeed en eindigde met de aanbeveling aan generatie Y focus te zoeken en de gevoelens van onze generatie expliciet te maken. Pieter van Boheemen (open biotech, grassroot innovation in zorg) sprak vervolgens over de ongekende mogelijkheden die er nu al zijn en hoe weinig er in de traditionele zorg wordt geïnnoveerd. Hierna dachten twee groepen na over een droomscenario voor 2040 en twee groepen over een doemscenario. Vervolgens bepaalde elke groep hoe de route daar naartoe er uit gaat zien. De dromers versterkten het droombeeld en de doemers dachten na over hoe het doembeeld voorkomen kon worden.

Het doembeeld van mijn “groene” groep draaide uit op een wereld met scherpe tegenstellingen tussen haves en have-nots met onveiligheid voor iedereen als gevolg. We zagen een wereld waarin we de controle kwijt zijn: grote tekorten aan alles, ziekten de we moeilijk/niet kunnen stoppen, onbetaalbare zorg. Het onbetaalbaar worden van de zorg zet de solidariteit onder druk en kreeg onze focus. Vooruitgang in de farmacie blijkt steeds trager te gaan en/of steeds meer te kosten (Eroom’s Law). Conclusie: op enig moment komen er medicijnen in de wereld die voor gewone stervelingen (lange tijd) onbetaalbaar zullen zijn, met alle tegenstellingen tussen groepen tot gevolg.

Voortbouwend op de presentatie van Pieter die sprake over ‘open source‘ zorg, kwamen wij tot een nieuwe weg die ons weghoudt van onbetaalbare medicijnen. In onze ogen zou het verkrijgen van het patent op een medicijn afhankelijk moeten zijn van de toegankelijkheid van het medicijn. Wanneer een medicijn zo duur is dat het voor sommigen ontoegankelijk wordt, zagen wij het hele medicijn liever niet in de wereld komen. Een patent op een medicijn is daarmee in andere woorden afhankelijk van de maatschappelijke baten. Als een patent meer onheil dan geluk brengt, door bij te dragen aan tegenstellingen, wordt het niet verleend. De wereld is dan dus nog niet klaar voor het medicijn.

Het gevolg is dat de farmaceutische industrie zich zal richten op medische innovaties waar iedereen van kan profiteren, want dat zijn de innovaties waarop je wel een patent kunt krijgen. Het is dus ook niet zo dat er in deze visie geen onderzoek meer wordt gedaan. Het onderzoek zal zich alleen focussen op innovaties waar iedereen van profiteert.

Wat ik mijzelf dan natuurlijk vraag is: hoe liberaal is dit nieuwe pad? Een patent is een door mensen gemaakt monopolie. Met vrijheid heeft dat dus al weinig te maken. Daarbij denk ik dat het vanuit een sociaal contract idee moeilijk voorstelbaar is dat iemand er mee instemt monopolies in het leven te roepen waar zij zelf niet van zal profiteren (omdat het te duur wordt). Deze liberaal meent dat wanneer regels ten koste gaan van maatschappelijke welvaart, die regels overboord moeten.

D66 mij te pragmatisch wat betreft orgaandonatie

nu.nl: D66 wil iedereen automatisch donor maken

Vier jaar verder en ik ben niet van mening veranderd. Er zijn in mijn ogen grondrechten die belangrijker zijn dan even ongevraagd een paar organen uit een overledene te ‘oogsten’.

4 jaar terug: “Het gaat mij te ver om de lichamelijke integriteit opzij te schuiven omdat dat pragmatisch goed uitkomt. Dat is mij al te gortig.”

Nederland behaalt brons op WK Welvaart

Nederland is door de Verenigde Naties als derde gerangschikt op de Human Development Index 2011, ofwel het WK Welvaart. Alleen de van grondstoffen vergeven Noren en Australiërs hebben we voor ons moeten dulden. Onze bronzen plak hebben we te danken aan een goede score op de drie onderdelen levensverwachting, onderwijs en rijkdom.

Op die bronzen plak, ten teken van onze ongekende welvaart, zouden we trots moeten zijn. Het streven naar een beter leven is de drijvende kracht achter onze markteconomie, dus genoegzaam achterover hangen is niet de juiste houding. Toch, continu zuurpruimen dat het zo slecht gaat met Nederland is evenmin op zijn plaats, want dat is gewoon aantoonbaar onwaar. Af en toe tevreden zijn over hoe goed we het al hebben, moeten we niet vergeten.

Die hoge score op welvaart betekent ook dat we wat te verdelen hebben. Moeten we onze welvaart dan maar verbrassen? Nee. Wel moeten we ons door niemand zomaar wijs laten maken dat iets niet kan. Moet de pensioenleeftijd omhoog? Lijkt mij verstandig, maar het ‘moet’ niet. We hebben als welvarend land iets te kiezen en die keuzevrijheid moeten we claimen ook. De tijd dat de aanpak van problemen op ons neerdaalt als ware een bindend vonnis is wat mij betreft voorbij, want dat brons kunnen we met keuzevrijheid verzilveren.

Godsdienstvrijheid versus bijzonder onderwijs

Gisteren bleek dat gelovigen elkaar officieel het leven zuur mogen maken. Het Hof Amsterdam besloot namelijk dat een katholieke middelbare school een hoofddoekverbod mag instellen. De katholieke grondslag was bekend, dus had de leerlinge in kwestie moeten weten dat haar hoofddoek problemen kon geven. Ik bespeur bij mijzelf een nare bijsmaak. Het recht op bijzonder onderwijs is er niet om andersdenkenden te pesten.

Artikel 23 van de Grondwet voorziet slechts in “voldoend” openbaar lager onderwijs per gemeente, basisscholen dus. Middelbare scholen kunnen ook een bijzondere grondslag hebben. Zolang leerlingen een redelijk alternatief hebben bij de keuze voor een middelbare school, zie ik nog geen probleem. Dit is daarentegen, ook gezien art. 23 Gw, niet altijd het geval.

De situatie die aanleiding gaf tot deze uitspraak betreft het Don Bosco in Volendam. Ik heb even provisorisch gezocht en volgens mij is het beste alternatief een openbare middelbare school in Zaandam, 25 kilometer verderop. Ja, dat is een alternatief, maar echt overhouden doet het niet. Elke moslima die een hoofddoek wil dragen, kan dus na de basisschool niet in Volendam terecht, terwijl er wel gewoon een middelbare school staat. Dat is fout.

De bijsmaak die ontstaat, komt doordat gemeenschappen kennelijk via een achterdeur andersdenkenden kunnen ‘wegpesten’. Ik zeg niet dat dit het motief is in Volendam, maar verdraagzaamheid is wel ver te zoeken. Volendam is duidelijk minder aantrekkelijk geworden voor islamitische gezinnen met opgroeiende dochters. Dat is kwalijk. Het recht op bijzonder onderwijs mag er niet toe leiden dat andersdenkenden uit een gemeenschap worden geweerd.

Hand schudden in publieke functie

De Hogeschool van Amsterdam staat het een van haar docenten toe om vrouwen niet langer de hand te schudden vanwege zijn geloofsovertuiging. De (huis)jurist zal er daar wel op gewezen hebben dat een gang naar de Commissie Gelijke Behandeling bij een ander besluit verplichte kost zou worden met onwelgevallige uitkomst. Kous af zou je zeggen, want dit verhaal kennen we nu wel.

Niet dus: Van der Laan wil dat docent wel handen schudt. Mooi voor de bühne, maar dat standpunt moet je gewoon niet willen verdedigen. Ik kan er niet bij hoe het schudden van een hand zo zwaarwegend kan zijn dat je daarmee discriminatie zo kunt gaan opleggen. Handen schudden, ‘hoe is het er mee’ en leugentjes-om-bestwil zijn sociale smeermiddelen en geen normen en waarden waar ons land mee staat of valt. Als een school deze ruimte wil bieden, moet dat kunnen en daar heb je als bestuurder verder van af te blijven.

Met Van der Laan ben ik het dus niet eens en met de Commissie gelijke behandeling die overal een stokje voor steekt evenmin. Als een school iemand om het niet schudden van handen wil ontslaan, moet dat ook kunnen. Vervelend voor de persoon in kwestie, maar voordelig voor ieder ander waarbij het idee kan bestaan dat deze dat in de toekomst ook niet wil. Scholen zullen steeds vaker preventief personen niet aannemen uit vrees dat men er niet meer af komt als iemand bijvoorbeeld verlicht van vakantie terug komt. Dat is evenmin wenselijk.

Het is hier kiezen tussen twee kwaden: openlijke of verborgen discriminatie. Met The Market for Lemons indachtig, kies ik dan toch voor het eerste omdat het dan voor iedereen kenbaar is en iedereen van goede wil niet hoeft te lijden onder de slechten.

an der Laan wil dat docent wel handen schudt

Is linkse politiek moeilijker te verkopen?

In reactie op: “Politieke wijsheden van neurowetenschappers en filosofen” door Michiel Mulder.

Interessante manier om politiek te benaderen. Wel rijst bij mij de vraag hoe bijvoorbeeld dat item van Netwerk over de koopkrachtgevolgen van het VVD-programma past in deze benadering. Over ‘angst activeren’ gesproken denk ik dan.

Ik ben geen filosoof noch neurowetenschapper, dus strikt binnen die domeinen kan ik de discussie niet aangaan: dat leg ik af. Wel spreekt er een Calimero gedachte uit: het linkse verhaal is intrinsiek goed, maar moeilijk(er) te begrijpen.

Daar zitten twee dimensies aan. Ten eerste vind ik die benadering niet verstandig, omdat je daarmee elk falen kunt vergoelijken met de uitleg dat de goede boodschap niet goed overkomt. Het gevaar daarvan is dat je minder geneigd bent om te kijken of jouw verhaal inhoudelijk sluitend is, en sneller naar cosmetische oplossingen gaat zoeken.

Ten tweede vind ik de allegorie van Plato wel illustratief. Waarom zouden de grotbewoners een boodschap hebben aan de ‘echte werkelijkheid’ als dat nooit ‘hun werkelijkheid’ zal zijn? Ook roept deze allegorie in deze context een verheven beeld op: links weet hoe de wereld echt in elkaar zit, en zagen die verdomde grotbewoners dat nou ook maar. In andere woorden neigt een en ander naar meritocratie, en of je dat nou moet willen.