Klimaatdebat

Het debat over het klimaatakkoord, de klimaatwet, de klimaattafels enzovoort verzandt in discussies die slecht te volgen zijn. Dat kan anders. Het debat moeten we voeren volgens “de regels”. Debatteren over of iemand een autoriteit is, of over de feitelijkheid van feiten kan niet. Daar is debat niet voor. Het is aan de politiek om feiten af te wegen, voor de burger. Dat kan wel met debat. In dit artikel loop ik voor het klimaatdebat de standaardgeschilpunten uit het beleidsdebat langs.

Standaardgeschilpunten

In het beleidsdebat zijn de standaardgeschilpunten de leidraad voor het debat. Voorstanders die het probleem niet goed neerzetten of het nut van het nieuwe beleid niet aantonen, verliezen. Tegenstanders die het probleem niet bestrijden en het voorgestelde beleid niet onderuit halen, verliezen.

De standaardgeschilpunten zijn verdeeld over twee blokken: 1) het probleem, en 2) de oplossing. Daartussen zit de stelling van het debat: het nieuwe voorgestelde beleid.

Probleem

  1. Er is een probleem.
  2. Het probleem is zo ernstig en groot dat we iets moeten doen.
  3. Het probleem wordt bovendien veroorzaakt door het huidige beleid.

Stelling

  • Het plan, de oplossing, het nieuwe beleid.

Oplossing

  1. De oplossing is doeltreffend, want pakt het probleem aan.
  2. De oplossing is uitvoerbaar.
  3. Er zijn meer voor- dan nadelen.

Bronnen: (1) (2)

Voorbeelden met standaardgeschilpunten

Hierna volgen enkele voorbeelden van moeilijk te verdedigen stellingen, en de standaardgeschilpunten bieden hier houvast om tegengas te geven.

“De zon moet vaker schijnen”

Probleem: te weinig zon. Stelling: de zon moet vaker schijnen. Er is rondom smog wel iets te doen aan zonneschijn, maar in algemene zin heeft beleid weinig invloed op het aantal zonuren. Het probleem is niet inherent aan het huidige beleid.

“Brood moet goedkoper”

Stelling: brood moet goedkoper. Wat is het probleem? Misschien hebben sommige mensen geen geld voor brood. Maar is brood problematisch duur? Nee. Goed, geen geld voor brood is wel een probleem, maar wordt dat dan door de prijs van brood veroorzaakt? Nee. Misschien is alle voeding wel duur door het nieuwe BTW-beleid. Maar is het goedkoper maken van alleen brood dan doeltreffend? Nee. En is het goedkoper maken van alleen brood uitvoerbaar. Ook niet echt. Meer voor- dan nadelen. Onverdedigbare stelling, normaal gesproken.

Standaardgeschilpunten toegepast op het klimaatdebat

We lopen nu voor het klimaatdebat de standaardgeschilpunten af. Zo merken we snel waar de pijn in de verschillende fases van het beleidsdebat zit.

De stelling, het nieuwe voorgestelde beleid, is: “Nederland moet maatregelen nemen en fors investeren om klimaatverandering te voorkomen.”

Het debat begint met het scherp krijgen van het probleem dat het voorgestelde beleid moet oplossen.

Probleem

  1. Is er een probleem? Het debat gaat bij deze vraag over of het klimaat überhaupt verandert. Aanvankelijk concentreerde het debat zich meteen hier, maar het lijkt dat dit verminderd is. Voor- en tegenstanders van de stelling zijn het er inmiddels grotendeels over eens dat er een probleem is, zoals geschetst door de onderzoekers van het IPCC.
  2. Is het probleem ernstig en groot? Deze fase van het debat weegt of het gevonden probleem wel ernstig en groot is. Hier zijn verschillende richtingen denkbaar. Zo is wat warmer weer voor Nederland wellicht niet vervelend, en wellicht zelfs goed voor de landbouw. Daar tegenover staat dat andere landen zo warm en dor worden, dat men die ontvlucht. Als door klimaatverandering de zeespiegel flink stijgt, heeft Nederland ook een ernstig en groot probleem. Veel deelnemers aan het debat zijn het zeker over dat laatste wel eens: zeespiegelstijging, als gevolg van klimaatverandering, is een probleem en daar moet iets aan gebeuren.
  3. Is het probleem door beleid veroorzaakt? Deze stap in het beleidsdebat bepaalt of beleid wat kan uitrichten. In deze fase van het debat is al overeengekomen dat er een groot ernstig probleem is. In het klimaatdebat is er dan overeenstemming over dat het klimaat verandert en dat dit (voor Nederland) ernstige gevolgen heeft. Maar wat kan beleid daar aan doen? Het debat richt zich hier op of we ons moeten richten op klimaatmitigatie (de stelling) of klimaatadaptatie. Klimaatmitigatie richt zich op het voorkomen van klimaatverandering, en klimaatadaptatie richt zich op het aanpassen aan klimaatverandering. Zij die menen dat beleid invloed heeft op klimaatverandering zelf, zullen meer nadruk leggen op klimaatmitigatie. Daar tegenover staan zij die menen dat beleid geen invloed heeft op het klimaat, en de nadruk willen leggen op klimaatadaptatie om overstromingen te voorkomen. Zodra de link tussen CO2-uitstoot door de mens en het klimaat gelegd is, is er in principe voldoende aanleiding om tot klimaatmitigatie over te gaan. Dat is wat de voorstanders van de stelling moeten aantonen en verdedigen.

Als het probleem niet meer ter discussie staat, kunnen tegenstanders van de stelling alsnog vraagtekens zetten bij de oplossing.

Oplossing

  1. Is de oplossing doeltreffend? Hier rijzen de twijfels. Bereikt de inzet van Nederland op klimaatmitigatie, alleen, wel het doel klimaatverandering voorkomen? Nee. Dat is duidelijk. Voorstanders van het voorkomen van klimaatverandering moeten hier duidelijk maken dat de inzet van Nederland toch nodig is om de noodzakelijke wereldwijde samenwerking te stimuleren. Als dat lukt, wat al eens is aangetoond met het Montrealprotocol, zijn maatregelen en investeringen tegen klimaatverandering toch doeltreffend. Aan de beleidskant is dit argument al doorgedrongen, via de Nationally Determined Contributions. Als landen inderdaad voortgang boeken volgens die zelf toegezegde bijdragen, is er een plausibel argument voor de doeltreffendheid van het voorgestelde beleid. Voorstanders moeten geloofwaardig maken dat (indirect) klimaatmitigatie door Nederland zin heeft omdat het, mede, internationale samenwerking bevordert.
  2. Is de oplossing uitvoerbaar? Op dit vlak is veel, heel veel, te bespreken. Kan het netwerk de extra zonnepanelen wel aan? Kunnen we snel genoeg extra kabels naar zee leggen voor windmolens op zee? Gaan we energie opslaan; hoe dan? En wat te denken van het draagvlak? Want zelfs als de technische obstakels op te lossen zijn, is er ook draagvlak nodig voor alle investeringen. Dat ze zich, wellicht, terugverdienen helpt ook niet iedereen. Van toekomstige kasstromen kun je immers nu niet eten. Hier kom je als voorstander van klimaatmitigatie alleen uit als je overtuigend stelt dat alle kosten ten spijt, klimaatverandering heel ernstig is en te voorkomen is. Ook moet aan tegenstanders van klimaatmitigatie, die wel de link tussen CO2 en klimaat zien, gevraagd worden hoe zij denken over de kosten van dijken bouwen en verhogen. Hoe lang blijft dat alternatief uitvoerbaar? Wanneer rest dan niets anders dan delen van Nederland te ontruimen? Hoe uitvoerbaar is dat, als je wellicht nu klimaatverandering nog kunt voorkomen?
  3. Zijn er inderdaad meer voor- dan nadelen? Voordelen die genoemd worden zijn enerzijds groots zoals het voorkomen van klimaatverandering, en als gevolg daarvan minder zeespiegelstijging en minder klimaatvluchtelingen. Maar ook kleiner, zoals schonere lucht en groene economische groei. Nadelen zijn, voor sommigen, vervuiling van het landschap, maar toch vooral de enorme kosten. Mijn beeld is dat de meeste betrokkenen zich nu hier concentreren. Er is een probleem, het probleem is ernstig, beleid kan er wat aan doen, dat beleid is in principe doeltreffend en uitvoerbaar, maar misschien hebben niet alle concrete maatregelen meer voor- dan nadelen. De klimaattafels waren een manier om enige orde te scheppen in het mogelijke palet aan maatregelen. Het klimaatdebat is hier aangeland.

Tot slot

Het klimaatdebat is goed te analyseren aan de hand van de standaardgeschilpunten uit het beleidsdebat. Een dergelijke analyse geeft voor- en tegenstanders houvast bij het bepalen in welke fase van het debat zij zich bevinden en welke argumenten zij op die plek moeten inbrengen. Als dat niet gebeurt, praten mensen langs elkaar heen en wordt de toehoorder niet wijzer.

Advertisements

Waarom moet Nederland CO2-uitstoot terugdringen?

Als reactie op #klimaatverandering zijn er drie beleidsopties voor Nederland:

  1. CO2-reductie, zelf (#klimaatakkoord) en samen met het buitenland.
  2. Dijken verhogen en andere maatregelen nemen tegen de gevolgen.
  3. West-Nederland ontruimen.

Hoe komen we bij de eerste uit?

Optie 3 is serieus én absurd. Met www.ruimtevoorderivier.nl ontruimen we al gebieden. Maar, in de kustprovincies liggen de grote steden. Hier wonen en werken veel mensen. De kust ontruimen met het daar geïnvesteerde kapitaal is onbestaanbaar.

Dijken verhogen en andere maatregelen nemen, is net zo onrealistisch. Als de klimaatverandering niet afremt, wordt dat onbetaalbaar. Te hoog. Te breed. En wanneer stopt dan het beschermen en start het ontruimen? Hoeveel kosten zijn dan al gemaakt? Onbetaalbaar.

Nederland is kortom voor een betaalbare oplossing afhankelijk van anderen en moet daar naar handelen. Alleen als de opwarming afremt, door die anderen, blijft de aanpassing aan het klimaat voor Nederland betaalbaar. Dan is voorbeeldig zijn of minstens in de pas lopen vereist.

Het herstel van de ozonlaag heeft bovendien aangetoond dat je van internationaal samenwerken wat mag verwachten (https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Montrealprotocol).

CO2-uitstoot terugbrengen is daarom een serieuze optie, en goedkoper dan het Rémi op te lossen met waterwerken of ontruiming.

Het idee dat er zonder enorme kosten een toekomst is voor Nederland, is onzin. Gebieden ontruimen of dijken bouwen is onbetaalbaar. Het is goedkoper om in internationaal verband het probleem aan te pakken, en zelf het goede voorbeeld te geven.

Groene groei, bbp, welvaart en Ricardo

In de notitie Groene groei en welvaart: een conceptueel denkkader wordt door het CPB “geconcludeerd dat veel milieubeleid een remmende werking heeft op de groei van de economie op de korte termijn.” Daar valt op af te dingen als er rekening gehouden wordt met de impact van toekomstige maatschappelijke kosten. De CPB conclusie is onderbouwd met een conceptuele analyse van het versnellen van de introductie van een, privaat onrendabel maar maatschappelijk rendabel, nieuwe (groene) techniek met subsidies. Het CPB doet dit met figuren als deze:

cpb_groenegroei_figuur33

De subsidies in bovenstaand figuur zorgen voor een snellere introductie van de nieuwe (groene) techniek. Dit kost volgens het CPB in het begin BBP én welvaart. Kort gezegd gaat het op korte termijn ten koste van BBP omdat subsidies verstorend werken. Het gaat aanvankelijk ten koste van welvaart omdat de subsidie gestoken wordt in iets dat nu nog niet rendabel is, maar wel geld kost dat niet naar iets anders kan.

Plausibel verhaal tot dusver, maar de conclusie dat beleid gericht op de snellere introductie van nieuwe (groene) technieken op korte termijn vaak moet leiden tot een kleinere economie en lagere welvaart ten opzichte van niets-doen is te kort door de bocht. Er is namelijk zoiets als Ricardiaanse equivalentie, wat staat voor het idee dat economische actoren (consumenten en bedrijven) anticiperen op toekomstige belastingen. Voor consumenten is dit twijfelachtig, bijvoorbeeld door budgetrestricties. Voor bedrijven is dit een geaccepteerde aanname, wat bijvoorbeeld betekent dat bedrijven naar verwachting meteen gaan bezuinigen als zij belastingverhogingen voorzien. Voor de netto werkgelegenheidseffecten van het Energieakkoord is er bijvoorbeeld rekening mee gehouden dat bedrijven inderdaad anticiperen op toekomstige heffingen en die toekomstige heffingen dus bij bedrijven andere investeringen en bestedingen verdringen.

Het idee van Ricardiaanse equivalentie zou in het geval van groene groei betekenen dat bedrijven nu al rekening houden met de in de toekomst te heffen belastingen om de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan. In Nederland zullen bijvoorbeeld dijken verhoogd moeten worden als de zeespiegel stijgt. Die toekomstige maatschappelijke kosten worden uiteindelijk (deels) omgeslagen naar bedrijven, via vennootschapsbelasting en/of belasting op de personeelsbeloning. Als door gevoerd beleid een groene techniek eerder beschikbaar komt en zo de toekomstige maatschappelijke kosten lager uitvallen, kunnen belastingen (in de toekomst) omlaag. Dit betekent voor bedrijven meteen meer loon- en investeringsruimte wat positief is voor de omvang van de economie, en de welvaart als afgeleide daarvan. Met andere woorden kan een uitgesproken inzet op het sneller dichtbij brengen van technieken die ellende later voorkomen onmiddellijk positief uitwerken op de economie én welvaart.

Stop importheffing Chinese zonnepanelen

Wanneer Europa een importheffing op Chinese zonnepanelen invoert, zouden er volgens de eigen Europese sector 242.000 banen op de tocht staan. Importheffingen zijn hoe dan ook een dom idee voor een economie die meent de meest innovatieve economie ter wereld te moeten worden. Een industrie tegen druk van buiten beschermen, maakt lui en gemakzuchtig. Als de eigen sector er ook niet aan wil, zouden alle alarmbellen af moeten gaan. Kamp is gelukkig tegen.

De Chinezen hebben last van overcapaciteit. Op het moment toen bleek dat in Azië er te veel platte schermen werden gemaakt, heb ik Brussel nooit over een importheffing gehoord. Nee, zulke platte elektronica interesseert Europa niet. Is het goedkoop, alleen maar mooi. Maar als het om duurzaamheid gaat, wil Europa vooraan staan. Ten koste van de Chinezen en de eigen burgers in dit geval. Laat ze daar in China lekker die panelen tegen een negatief rendement in elkaar zetten. Dan gaan wij wel iets zinvols doen.

Laat Brussel eerst maar eens beantwoorden wat een Europese consument er aan heeft dat zonnepanelen een stuk duurder worden. Verder dan populisme zullen ze niet komen.

Een importheffing op zonnepanelen klinkt ook een beetje als een bail-out van Duitsland. Een bail-out van Duitsland? Ja, want dat is binnen Europa de belangrijkste producent van die panelen. Aangezien die zelfde Duitsers langzaam de Euro aan het afbreken zijn, lijkt het mij niet opportuun dat Brussel zich voor het Duitse karretje laat spannen. Geen fatsoenlijke bail-outs voor Zuid-Europa door toedoen van onze Oosterburen? Dan helpen we de Duitsers ook niet met een importheffing.