Ophef ING mist doel

Banken moeten veilig en begrijpelijk zijn. We willen niet weer een crisis zoals de laatste. Schoppen tegen het salaris van de topman, zoals nu bij ING, draagt daar niets aan bij. Banken zijn bovendien niet de enigen die risico’s afwentelen op de maatschappij.

Failliete bedrijven (neem DAF) zijn niet altijd in staat een sociaal plan te betalen. De kosten daarvan vallen vervolgens toe aan de maatschappij. Banken zijn niet zo uitzonderlijk.

Na de crisis had meer persoonlijke aansprakelijkheid prioriteit moeten krijgen. Nu, jaren later, nota bene andere mensen, salaris ontzeggen, verandert daarentegen niets. Bankiers moeten beseffen dat ze een grote verantwoordelijkheid dragen. Dat bereik je niet door salaris ter discussie te stellen.

Voelen we ons straks beter als ING in de toekomst weer gered wordt, maar we weten dat de CEO maar “Jupiler league” werd betaald? Geloof ik niet.

Dan kun je dat salaris natuurlijk alsnog te hoog vinden. Hef belasting. Dat helpt ook weinig, maar is iets. Of het salaris (objectief) te hoog is, staat wel weer los van de “bijzondere rol” van banken in de maatschappij.

Verbod short selling niet inhoudelijk beoordeeld

Het was vandaag tussen de regels zoeken wat het Europees Hof van Justitie (HvJ) precies heeft geoordeeld over short selling. Samengevat: vrij weinig. Het ANP (via nu.nl) maakte er het volgende van.

EU-hof bevestigt verbod op short selling
Het verbod op het zogeheten short selling blijft overeind staan. Het Europees Hof van Justitie oordeelde woensdag dat er geen reden is om het besluit van de Europese autoriteit voor effecten en markten (ESMA) nietig te verklaren.

Er is niet gekeken of short selling inhoudelijk bezwaarlijk is. Er is evenmin (goed) gekeken of aan de voorwaarden voor het instellen van het verbod voldaan is. Er is alleen gekeken of de EU uberhaupt op deze wijze dit soort maatregelen mag nemen. Dat mag want “deze bevoegdheid is aan verschillende criteria en voorwaarden onderworpen die de speelruimte van deze autoriteit beperken, […]” en daarmee verenigbaar met het EU recht.

Het HvJ is wellicht ook niet de plaats om inhoudelijk de voors en tegens van short selling te wegen. Het Verenigd Koninkrijk vroeg daar ook niet om. Fortis werd kort na deze blog genationaliseerd. Het Nederlandse verbod heeft die neergang niet voorkomen. En ik ben overtuigd dat de informatiewaarde van short selling (nog steeds) wordt onderschat.

Link naar uitspraak van het HvJ

Ook voor geldzaken: eigen verantwoordelijkheid

Kennelijk hebben mensen door de economische crisis het idee gekregen dat zij niet meer verantwoordelijk zijn voor de eigen financiële huishouding. Foutief, wat mij betreft. Twee verbijsterende nieuwsberichten vandaag illustreren dit uitstekend:

Naast het woekerpolisverhaal waarin er onredelijk hoge kosten berekend werden door verzekeraars, krijgen verzekeraars nu claims omdat zij het meetkundig gemiddelde gehanteerd hebben in hun uitingen. Stelling van de Vereniging Woekerpolis.nl is dat mensen niet bekend zijn met het meetkundig gemiddelde en alleen het ‘gewone’ gemiddelde kennen. Het zal aan mijn studie en werk liggen, maar ik gebruik altijd het meetkundig gemiddelde bij dit soort berekeningen. Ik verwacht van financiële dienstverleners niets anders. Sterker nog, de meeste Nederlanders kennen het meetkundig gemiddelde heus wel, want dat is in de volksmond bekend als ‘rente op rente’. Weg met die claims, onzin.

Dan de piloten. Die lenen tegen anderhalve ton, veelal goed voor een starterswoning, en geven de bank de schuld dat ze dit geld hebben kunnen lenen nu ze geen werk kunnen vinden. Kom nou zeg, word volwassen. Het land is ook te klein als mensen een bepaalde studie niet kunnen volgen omdat het niet te betalen is en nu zeggen deze figuren: bank, u had mij dit geld niet mogen lenen. Als jij anderhalve ton leent, dan heb je zelf na te denken. Dat is een dusdanig bedrag, dan verwacht ik dat mensen eigen verantwoordelijkheid nemen. Moet je ruiterlijk bekennen dat je dit niet gedaan hebt? Eigen schuld, dikke bult.

Slimmere maatstaf voor schuldpositie landen is nodig

Me Judice: ‘Nederland: puissant rijk, maar gierig als een oude vrek’

De Nederlandse overheidsfinanciën staan er veel beter voor dan een directe vergelijking van de staatsschuld met andere Noord-Europese landen laat zien. Het grote verschil zit in de enorme opgebouwde pensioentegoeden.Toch committeert Nederland zich aan de Europese norm dat de staatsschuld niet meer dan 60 procent van het nationaal inkomen mag bedragen.

Dat is wel een aardig perspectief op wat de staatsschuld als percentage van het BBP eigenlijk betekent. Die statistiek is totaal ongeschikt om landen onderling mee te vergelijken. Eigenlijk een statistiek om te negeren dus.

Gedachte-experiment: wat zou er gebeuren als je een bandbreedte stelt voor de rente op staatsleningen rondom een referentierente? Kom je er boven: verplicht bezuinigen. Kom je er onder: verplicht belastingverlaging of uitgaven omhoog. Dan prijst de markt de al dan niet gedekte pensioenen bijvoorbeeld zelf in zou je zeggen. Hoef je ook niet meer te discussiëren over of die 60% voor elk land even passend is. Het lijkt mij daarom geen gek idee om een bandbreedte rond een referentierente in te stellen in plaats van een plafond voor de staatsschuld.

Staatsschulden: Noord-Europa als dealer van Zuid-Europa

Volgens Arnoud Boot, en vele anderen, zouden we de ‘solidariteit’ met onze collega’s in Zuid-Europa moeten doorbreken. Doordat Europese landen impliciet garant staan voor elkaar lokt dit bij sommige landen niet te repareren kwistig gedrag uit. De Zuid-Europese economieën zouden in zekere zin structureel/cultureel anders functioneren waardoor daar de loonkosten per eenheid product veel harder oplopen. Voor de Euro was daar het middel van devaluatie van de eigen munt een oplossing voor. Dat kan nu niet meer, waardoor via consumptie de schuldposities van deze landen zijn opgelopen, totdat ze semi-‘ondragelijk’ werden.

Er is nu een enorme hoeveelheid garantievermogen bij elkaar gebracht in de EFSF wat de grootste problemen voorlopig moet verhelpen. Sommigen menen dat het IMF er maar weer eens de zweep over moet gooien in Zuid-Europa, daar zijn ze goed in immers. Anderen willen een splitsing in (minstens) twee valutagebieden: een euro voor Zuid-Europa en een voor Noord-Europa. Allemaal met de impliciete ondertoon dat onze vrienden in Zuid-Europa er een zooitje van hebben gemaakt, dat zij de boel verpest hebben door onverstandig met hun geld om te springen, en dat ze ‘ons’ in Noord-Europa meeslepen in de misère. Ik vraag mij af hoe eerlijk het is om met de beschuldigende vinger naar het zuiden te wijzen.

Sterke economieën als de Duitse, en in het kielzog bijvoorbeeld de Nederlandse, hebben al tijden overschotten op de ‘lopende rekening‘. Dat betekent dat die landen, kort door de bocht, meer verkopen aan het buitenland dan zij van het buitenland kopen. Dat is precies waardoor een land als Griekenland in de problemen is gekomen. Simplistisch voorgesteld hebben Duitsers geld aan Grieken uitgeleend, waarmee deze Grieken vervolgens weer Duitse producten hebben gekocht. Het verdiende geld hebben deze Duitsers vervolgens weer uitgeleend aan de Grieken. Toen Duitsland nog de Mark had en Griekenland de Drachme zou de Drachme, vanzelf, minder waard geworden zijn door deze keten van transacties. Duitse producten zouden snel duurder geworden zijn voor de Grieken, waardoor de vraag naar Duitse makelij zou zijn teruggelopen. Hierdoor zou het tekort op de lopende rekening van Griekenland terug zijn gelopen.

Door de invoering van de Euro is dit duurder worden van Duitse producten, via deze route, niet gebeurd. Immers, Grieken hebben nu dezelfde munt als de Duitsers, waardoor transacties in verschillende munten de prijzen van buitenlandse producten niet meer beïnvloeden. Wat wel gebeurd is, zoals hiervoor omschreven, is dat exporterende landen in het Euro-gebied de consumptie van importerende landen hebben gefinancierd. Eigenlijk had men moeten aanvoelen dat bepaalde mechanismen die van oudsher werkten via verandering van wisselkoersen er niet meer waren. De ECB had bijvoorbeeld Duitsland (en bv. ook Nederland) moeten opdragen de overschotten op de lopende rekening terug te brengen. Dat is niet gebeurd. De meeste Noord-Europese landen hebben Zuid-Europese landen van goedkoop krediet voorzien. Dit uitgeleende geld heeft men verdiend door tegen een bijzonder gunstige wisselkoers (1 Duitse Euro = 1 Griekse Euro) naar Zuid-Europa te exporteren. In andere woorden: Noord-Europa heeft Zuid-Europa in zekere zin verslaafd gemaakt aan goedkoop krediet, en goedkope producten uit het Noorden.

Een dealer van de straat, of bookmakers om mijn part, zijn ook wel bereid om enige tijd geld te lenen aan hun afnemers om de verslaving eerst nog wat sterker aan te zetten. Als het dan echt uit de hand gelopen is, kan het misbruik beginnen. Noord-Europese landen hebben lang geprofiteerd van het exporteren naar, voornamelijk, Zuid-Europa. Ik vind dat in morele zin Noord-Europa medeplichtig is aan de problemen in de PIIGS-landen. Als jij een overschot op je lopende rekening hebt, mede door een gunstige wisselkoers, en je met de overschotten de tekorten van andere landen relatief goedkoop dicht, heb je ook gewoon schuld. De gehele Eurozone handelt relatief weinig met niet-Europese landen. Een overschot op jouw lopende rekening betekent dus meteen dat je een bevriend land elders in Europa in de problemen aan het helpen bent, zeker als dat te lang duurt. De verontwaardiging in landen als Duitsland (en Nederland) over de schulden van landen als Griekenland vind ik dus grotendeels misplaatst. Niet minder misplaatst dan een drugsdealer die klaagt dat zijn klanten in een sociaal isolement zijn gekomen, en daardoor hun schulden niet afbetalen.

Bankentaks levert geen geld op

Bankentaks in EU kan 50 miljard opleveren |

Klinkt mooi, maar zo werkt dat dus niet. Het is op zijn best herverdeling. Mogelijk gaat het ten koste van economische activiteit, en dat kost écht geld. In beginsel heb ik er geen mening over, maar we moeten uitkijken dat we gaan doen alsof belasting “geld oplevert”. Dat doet het maar zelden. Vaker kost het geld als marktimperfectie, en het is eigenlijk nooit meer dan een herverdeling van geld.

Schuldenlast rijke landen onder vuur IMF

nu.nl: IMF waarschuwt rijke landen voor schuldenlast

Al eerder gaf ik aan dat ik vind dat er nogal dramatisch over staatsschulden gedaan wordt. Het CPB kwam afgelopen weken ook al met het 29-miljard-bezuinigen scenario. Ten eerste moeten we waakzaam zijn dat het geslaagde Keynesiaanse overheidsingrijpen niet te vroeg wordt gestaakt. Het risico is dat het prille economische herstel weer omslaat en we juist door premature bezuinigen ons dieper in de problemen brengen. Economische groei alleen verhelpt al in belangrijke mate de schuldenproblematiek.

De balans tussen de schulden die de ontwikkelde landen de afgelopen tijd hebben opgebouwd, ten opzichte van het bruto binnenlands product staat er slechter voor dan vlak na de Tweede Wereldoorlog, citeert de krant The New York Times Lipsky.

En dit neigt naar lachwekkend. Objectief zal het ongetwijfeld zo zijn dat westerse landen ten opzichte van het bruto binnenlands product meer schulden hebben dan na de Tweede Wereldoorlog. Stellen dat dit ‘slechter’ is, is een normatieve bewering, die in het licht van de enorm toegenomen wereldhandel hoogst bedenkelijk is. In aanloop naar de Tweede Wereldoorlog ging de wereld door de Grote Depressie: het wantrouwen in anderen, in het bijzonder buitenlanders, was enorm. Al hadden landen gewild, die periode was geen tijd om geld te lenen, ook niet als overheid.

Het huidige tijdsgewricht staat in het teken van de vrije markt. De Sovjet Unie is er niet meer, en China manifesteert zich in veel opzichten als een markteconomie. Alleen al om die reden is er veel meer geld beschikbaar wat op zich zeer wel bij overheden kan landen. Temeer renteniveaus bijzonder laag zijn, in vergelijking met wat we historisch gewend zijn. Daar komt nog eens bij dat nu westerse en ook opkomende economieën veel meer vertrouwen genieten dan net na de Tweede Wereldoorlog. En terecht, wat het tevens logisch maakt dat het aangaan van schulden makkelijker is. Als er al iets bijzonder is dan is het dat we pas onder invloed van een crisis met deze proporties die schuldenniveaus bereiken.

Daarom gaat een vergelijking van het heden met net na de Tweede Wereldoorlog mank. En normatieve opmerkingen op basis van die kromme vergelijking zijn, wat mij betreft, uit den boze.

Economische crisis, groeipaden en ongezonde voorzichtigheid

De maatschappij roept bankiers naar aanleiding van de economische crisis op om veel voorzichtiger te gaan bankieren. Onderpanden moeten op orde zijn, kasstromen moeten gegarandeerd zijn, en producten waarin rente vertaald wordt in provisie (DSB) moeten ingeperkt worden. Daarnaast wordt het verpakken en doorverkopen van leningenportefeuilles door de situatie rond Lehman Brothers ook bijzonder slecht gewaardeerd. Gelukkig heeft De Nederlandsche Bank daar nog steeds een gezonde visie op: “Verpakken lening door bank moet blijven.”

Waar ik hier heel kort (door de bocht) op in wil gaan is het concept van economische groeipaden en het gevaar van ongezonde voorzichtigheid. In een eerdere bijdrage besprak ik dit al eens, en ik voel de behoefte om hieraan een cijfermatig beeld toe te voegen. Het is namelijk in mijn ogen heel belangrijk dat we niet het kind met het badwater weggooien: economische groei is niet vies!

Stel dat we de situatie zoals we die kenden zouden handhaven. Banken denken relatief lichtzinnig over leningen, en doen verder ook niet moeilijk. Uiteraard worden banken dan vaker geconfronteerd met tegenvallers. Wel zullen dan risicovolle projecten, met mogelijk aanzienlijke (maatschappelijke) baten, makkelijker van de grond komen. De jaar-op-jaar groei, het groeipad, is in deze economie 3%, en daarnaast hebben we eens in de tien jaar een terugval van 5% doordat er weer een of andere bubbel barst. Dat jaar krimpt de economie dus: een recessie.

Zet tegenover deze situatie een nieuwe realiteit waarin banken niet langer bereid zijn om zo makkelijk als gebruikelijk was leningen te verstrekken. Niet alleen komen nieuwe risicovolle ambitieuze projecten niet van de grond, er zullen zelfs bestaande bedrijven omvallen die nu op de rand van grote risico’s opereren. Ik denk dan bijvoorbeeld aan farmaceutische / biotechnologische bedrijven. Door strengere regels neemt de groei af naar 2%.

In onderstaande tabel heb ik indexcijfers genomen voor tien opeenvolgende jaren voor de hierboven geschetste situaties. Een hoger indexcijfer staat voor meer welvaart.

Risicovolle economie

Voorzichtige economie

Jaar-op-jaar

3%

2%

1

100,0

100,0

2

103,0

102,0

3

106,1

104,0

4

109,3

106,1

5

112,6

108,2

6

115,9

110,4

7

119,4

112,6

8

123,0

114,9

9

126,7

117,2

10

120,3

119,5

Het verschil marginaal, en bij deze gekozen cijfers in het voordeel van de risicovolle economie. Anders gekozen cijfers zouden dus de voorzichtige economie er als beste uit kunnen laten springen. De vraag die dan gesteld moet worden is of ik het verschil te optimistisch of te pessimistisch heb geschat. Persoonlijk denk ik dat er eerder meer dan minder economische groei verloren gaat als wij voorzichtiger worden in het verlenen van kredieten.

Wat ik nog niet eens mee heb genomen in deze analyse is dat een recessie ook een zuiverend effect heeft. Inefficiënte bedrijven verdwijnen van het toneel als er een serieuze recessie door de economie raast: het kaf wordt dan weer eens goed van het koren gescheiden. Hierover kan men van mening verschillen, en ik ben van mening dat de economie er baat bij heeft als dit zo af en toe gebeurt. Recessies zijn misschien even vervelend als je er in zit, maar daarna heb je weer een frisse economie alsof deze naar een kuuroord is geweest.

De essentie van het voorgaande is dat een recessie niet per se slecht is. De vraag die wij ons moeten stellen is of de aanleiding tot een recessie (in het huidige geval ‘lakse’ kredietverlening) ons in de jaren in aanloop naar de crisis genoeg heeft opgeleverd om de klap op te vangen.

Topbankiers aansprakelijk stellen voor financieel wanbeleid

nu.nl: SP wil topbankiers aansprakelijk stellen

Bestuurders die hoge bonussen hebben ontvangen terwijl hun bank door hun toedoen slecht draait, moeten hun bonus inleveren en opdraaien voor de schade. Dat stelt de SP voor.

Degenen die me kennen weten het: ik heb het niet zo op de SP. Op dit punt vind ik het gedane voorstel daarentegen interessant. Het is slechts mijn intuïtie, maar ik denk dat ‘de man in de straat’ voornamelijk moeite heeft met hoge beloningen omdat er geen écht risico tegenover staat. Ik vind dat de ‘enorme verantwoordelijkheid’ die topbestuurders zouden dragen voor een belangrijk deel maar geveinsd is. Als het er op aan komt dan wordt het bedrijf, of worden toch tenminste de werknemers min of meer gered door de overheid en en passant kan de topbestuurder met een oprotpremie weg. Waar is dan de ‘enorme verantwoordelijkheid’? Ik zie hem niet, maar die geveinsde verantwoordelijkheid stuwt de beloning wel op, want “oh, wat een verantwoordelijk werk doe ik toch”. Mijn mening is dat topbestuurders op dit moment die verantwoordelijkheid niet echt dragen, maar afwentelen op anderen als het mis gaat. Daar moet iets aan gedaan worden om de huidige beloningscultuur houdbaar te houden. Je kunt inderdaad vinden dat die cultuur an sich verkeerd is, maar daarvan ben ik niet van overtuigd. Wel ben ik het er mee eens dat het krijgen van een gouden handdruk niet echt een straf is. Of in andere woorden: het risico op het krijgen van een gouden handdruk verantwoordt geen topinkomen.

Meer lezen: Topinkomens, overheidsingrijpen en moreel risico.

Staatsschuld: paniek in de tent?

Vanzelfsprekend is de dramatiek weer niet van de lucht als er een recessie opsteekt. Oplopende staatsschuld, mogelijke ruzie met Brussel over het begrotingstekort enzovoort. Nu posteer ik mij rechts van het midden, dus enige terughoudendheid ten aanzien van terugkerende uitgaven (pensioenen, andersoortige uitkeringen bijvoorbeeld) kan ik mij prima in vinden. Echter, ik vind enig perspectief ook wel aanbevelenswaardig. Dus zoals dat dan gaat wil ik even de ‘achterkant van een sigarendoosje’ geven.

Land (2008) Schuld/BBP Omzet/BBP Schuld/Omzet
Nederland (2007) 52% 46% 113%
Nederland 55% 46% 118%
Duitsland 65% 43% 149%
Eurozone 71% 45% 157%
VS 73% 33% 220%
Japan 173% 35% 494%
Bedrijf (2008) Omzet (mld) Schuld (mld) Schuld/Omzet
Microsoft 60,4 36,5 60%
Shell 458,4 153,5 33%
Daimler-Chrysler 95,9 99,5 104%
AT&T 124,0 168,3 136%
Proctor & Gamble 83,5 74,5 89%
Bronnen: OECD en websites genoemde bedrijven.

Wat betekent dit nu allemaal? De omzet van de overheid is voor mij alle belasting- en niet-belastinginkomsten en de schuld is natuurlijk het fameuze getal waar zo veel het nu over hebben. De cijfers van Nederland zet ik af tegen enkele andere economieën en onder een ander kopje ook tegen wat kerncijfers van commerciële bedrijven.

De vierde en laatste kolom heeft mijn nadrukkelijke aandacht. Die verhoudingsgetallen in procenten zijn ‘vergelijkbaar’ met elkaar. Daar valt uit op te maken dat zeker Nederland het misschien nog niet zo gek doet. Uiteraard is onze staatsschuld inmiddels nog verder opgelopen en hebben we het in de praktijk over een verhouding van 60%, maar daarmee zouden we nog steeds onder de omzet/schuld verhouding van AT&T zitten alsook onder de andere genoemde landen.

Wat ik hiermee wil uitdrukken is dat de Nederlandse overheid in zekere zin amper meer in de schulden steekt dan een commercieel bedrijf. Neem daar vervolgens bij in gedachten dat een overheid voor een belangrijk deel collectieve goederen levert waarvoor moeilijk of niet een vergoeding gevraagd kan worden (landsverdediging is daarvan een klassiek voorbeeld). Dat betekent dat de maatschappelijke baten van overheidsoptreden ten opzichte van de maatschappelijke baten van commerciële activiteiten waarschijnlijk relatief hoog liggen. Zou je dat meenemen dan zou je een ‘Maatschappelijke Omzet’ becijferen. Wanneer je dat getal vervolgens zou invoeren denk ik dat Nederland gewoon heel gunstig afsteekt ten opzichte van veel beursgenoteerde bedrijven.

Kritisch kijken naar de staatsschuld is goed. De staatsschuld laten oplopen door uitgaven die geen investeringen zijn, moet altijd kritisch beschouwd worden. Waar ik niet achter sta is een sfeer waarin (staats)schuld per definitie iets slechts is. Dat is het niet, en dat is het nooit geweest ook.

Ter verduidelijking: de staatsschuld liep ook fors op toen we ABN-AMRO/Fortis kochten, maar daar hadden we ook wat voor. Die bank is niet weg, maar is geld waard; deze staat voor de boekhouders onder mijn lezers gewoon braaf links op de balans als bezitting.