Luie senatoren willen dode democratie?

De discussie over de keuze zonder meerderheid in de Eerste Kamer te gaan regeren gaat al even. Dit zou (te) veel ‘problemen’ opleveren om wetgeving af te ronden. Nu.nl kopt vandaag ‘Rol Eerste Kamer tijdens formatie is onderschat’.

Volgens mij is de huidige situatie een stuk gezonder dan wat we gewend waren. Nederland werd geregeerd door de verstijvende dictatuur van de meerderheid. Treed je als partij toe tot een coalitie, betekent dat ook dat je daarmee je ziel voor (hopelijk) vier jaar aan dat coalitiewezen verkoopt. Elke parlementariër behorend tot de coalitiepartijen staat klak-klak in de houding om te tekenen bij het kruisje voor wetgeving. Hoezo democratie? Het is maar wat frappant dat je iets democratie kunt noemen als dat in zekere zin maar één dag in de vier jaar daadwerkelijk zo is.

Dan is het huidige speelveld boeiender en inhoudelijker. De coalitie moet een breder draagvlak zoeken dan het eigen electoraat. Ik vind dat gezond. Temeer er nu wisselende coalities mogelijk zijn en dus in feite een enorm deel van het electoraat ‘meedoet’. De democratie gaat ook tussen verkiezingen leven, niemand staat vier jaar buitenspel.

Ik snap dat de senatoren dit vervelend vinden. Ze moeten nu iets vinden. Dat is me wat. Liever zit je daar gewoon je tijd uit: belangrijk doen, maar er niet echt toe doen. Ze moeten nu aan het werk voor hun kiezers. Heel goed.

Uiteraard wil je niet dat de Eerste Kamer als puur politiek strategisch wapen wordt gebruikt. Nu verwacht ik dat ook niet van deze mannen en vrouwen die voor hun politieke carrière niet meer hoeven te vechten en dus verre van opportunisme kunnen blijven, een uitzondering daargelaten.

Eerlijk, ik vind het goed dat de politiek nu meer is dan alleen een ritueel van coalitie versus oppositie zonder dat het debat wat verandert. Laat die senatoren maar zeuren, wij verwachten dat zij voor de goede zaak strijden en er het beste van maken. De Eerste Kamer is en moet meer zijn dan een AOW voor oude politici.

Advertisements

Behoud overheidsrol ontwikkelingssamenwerking

NPQ: Worrying about Billionaire Philanthropy

…as public systems become more resource-starved and a greater than ever amount of the [USA]’s wealth is concentrated among the very rich, the question of who sets public system priorities is of growing concern.

Naar analogie ben ik evenmin voor een forse bezuiniging op ontwikkelingssamenwerking. De vruchten van liefdadigheid consumeren we niet zelf, dus wordt een slechte ‘prijs-kwaliteit’-verhouding niet afgestraft. Ongelukkige situaties als met Foster Parent’s Plan en Pink Ribbon zullen alleen maar vaker voorkomen als de overheid zich op dit terrein terugtrekt.

Nederland behaalt brons op WK Welvaart

Nederland is door de Verenigde Naties als derde gerangschikt op de Human Development Index 2011, ofwel het WK Welvaart. Alleen de van grondstoffen vergeven Noren en Australiërs hebben we voor ons moeten dulden. Onze bronzen plak hebben we te danken aan een goede score op de drie onderdelen levensverwachting, onderwijs en rijkdom.

Op die bronzen plak, ten teken van onze ongekende welvaart, zouden we trots moeten zijn. Het streven naar een beter leven is de drijvende kracht achter onze markteconomie, dus genoegzaam achterover hangen is niet de juiste houding. Toch, continu zuurpruimen dat het zo slecht gaat met Nederland is evenmin op zijn plaats, want dat is gewoon aantoonbaar onwaar. Af en toe tevreden zijn over hoe goed we het al hebben, moeten we niet vergeten.

Die hoge score op welvaart betekent ook dat we wat te verdelen hebben. Moeten we onze welvaart dan maar verbrassen? Nee. Wel moeten we ons door niemand zomaar wijs laten maken dat iets niet kan. Moet de pensioenleeftijd omhoog? Lijkt mij verstandig, maar het ‘moet’ niet. We hebben als welvarend land iets te kiezen en die keuzevrijheid moeten we claimen ook. De tijd dat de aanpak van problemen op ons neerdaalt als ware een bindend vonnis is wat mij betreft voorbij, want dat brons kunnen we met keuzevrijheid verzilveren.

Is linkse politiek moeilijker te verkopen?

In reactie op: “Politieke wijsheden van neurowetenschappers en filosofen” door Michiel Mulder.

Interessante manier om politiek te benaderen. Wel rijst bij mij de vraag hoe bijvoorbeeld dat item van Netwerk over de koopkrachtgevolgen van het VVD-programma past in deze benadering. Over ‘angst activeren’ gesproken denk ik dan.

Ik ben geen filosoof noch neurowetenschapper, dus strikt binnen die domeinen kan ik de discussie niet aangaan: dat leg ik af. Wel spreekt er een Calimero gedachte uit: het linkse verhaal is intrinsiek goed, maar moeilijk(er) te begrijpen.

Daar zitten twee dimensies aan. Ten eerste vind ik die benadering niet verstandig, omdat je daarmee elk falen kunt vergoelijken met de uitleg dat de goede boodschap niet goed overkomt. Het gevaar daarvan is dat je minder geneigd bent om te kijken of jouw verhaal inhoudelijk sluitend is, en sneller naar cosmetische oplossingen gaat zoeken.

Ten tweede vind ik de allegorie van Plato wel illustratief. Waarom zouden de grotbewoners een boodschap hebben aan de ‘echte werkelijkheid’ als dat nooit ‘hun werkelijkheid’ zal zijn? Ook roept deze allegorie in deze context een verheven beeld op: links weet hoe de wereld echt in elkaar zit, en zagen die verdomde grotbewoners dat nou ook maar. In andere woorden neigt een en ander naar meritocratie, en of je dat nou moet willen.

Gaat politieke ideologie failliet?

Partijen die opkomen voor één, vaak pluriforme groep, zijn een steeds vaker voorkomend verschijnsel. Eens hadden we boer Koekoek met zijn Boerenpartij, daarna een tijdje Ouderenpartijen. Nu hebben we, mede dankzij BNN, een jongerenpartij, LEF, en komen andere webloggers met ideeën zoals een Lijst ZZP.

Niet alles hoeft wat betreft die initiatieven even serieus genomen te worden. Ook zou je kunnen speculeren dat het ideologische spectrum wel redelijk gedekt is, en het ‘gat’ in de politiek, als het er al is, te vinden is bij meer op belangengroepen georiënteerde partijen dan ideologische partijen.

Dit fenomeen kun je van twee kanten benaderen. De eerste kant is de vraag waarom mensen zich meer verbonden zouden voelen met een doelgroep als ouderen of jongeren dan met liberalen of sociaal-democraten. Mijn indruk is altijd dat er binnen zulke doelgroepen heel diverse meningen op nagehouden worden, naast een beperkt spectrum waar de belangen ‘van nature’ samenvallen. Gegeven een zeker draagvlak zoals de Ouderenpartijen in het verleden kregen, vraag ik me toch af in hoeverre hun stemmers zich verdiepen in waar een partij voor staat en wat het hele politieke spectrum inhoudt. Je komt van een koude kermis thuis als een dergelijke partij opeens, in jouw ogen gekke, dingen gaat roepen over een onderwerp dat niet meteen iets met het ‘natuurlijke’ belang te maken heeft.

De andere kant is dat als er draagvlak is, er mogelijk groepen zijn die zich zo miskend wanen dat zij elk meningsverschil laten varen ten behoeve van de ‘natuurlijke’ belangen. Dat kan uit desinteresse “als jongere kan het mij niet schelen wat er met ouderen gebeurt” of uit scherpe frustratie over ervaren consequente benadeling van de groep. Om het even, dat is niet positief.

Persoonlijk zie ik dergelijke belangenpartijen liever gaan dan komen. Ik denk dat ze niet in de politieke arena thuishoren, maar onderdeel dienen te zijn van het maatschappelijke veld zoals vakbonden, milieubewegingen enzovoort. Zouden partijen van belangengroepen echt aan invloed winnen, dan is dat kennelijk een indicatie dat het failliet van ideologie nakend is. Of we daar met zijn allen beter van worden, vraag ik me af.

Weg met het “oh, dat mag je toch niet zeggen”-sentiment!

Mark Rutte brak een lans voor het vrije woord en stond zodoende de afgelopen dagen nogal in de belangstelling. De vrijheid van meningsuiting zou weer meer een vrijheid moeten worden dan het slechtst zijn van een beknot recht (link). Ik denk inderdaad dat situaties als die met Gregorius Nekschot en Wilders andere mensen in zelfcensuur drukken. Dat past in ‘mijn’ Nederland niet.

Wat ik al eerder het “oh, dat mag je toch niet zeggen”-sentiment noemde lijkt steeds dieper door te dringen in de maatschappij. Juist door dat sentiment krijg je een situatie dat mensen zich beledigd en gekwetst gaan voelen. Je geeft immers met dit soort vervolgingen aan dat iets niet zou mogen en dat mensen zich gekwetst zouden ‘moeten’ voelen. Het zou niet logisch zijn iemand te vervolgen als die geen schade aanricht. Wat het Amsterdamse Hof in feite stelde door het OM vervolging van Wilders op te dringen is dat moslims zich wel beledigd moeten voelen gegeven de uitspraken van Wilders. Zelfs moslims die er niet zo mee zaten zullen zich naar aanleiding van een dergelijke uitspraak achter de oren krabben in de zin dat ze zich zullen afvragen waarom zij zich niet beledigd voelen. Foute zaak!

Enerzijds struikelde Rutte over de vraag naar ontkenning van de Holocaust, anderzijds was dat geen vraag waar een simpel antwoord op te geven valt. Ik vind bijvoorbeeld dat het strikt verbieden van het ontkennen van de Holocaust arbitrair is. Helemaal omdat hedendaagse genociden (Voormalig Joegoslavië, Rwanda of zoals nu in Sudan) gewoon een politiek spel zijn. Wat maakt het ontkennen van de ene genocide een strafbaar feit en het ontkennen van een andere genocide onderdeel van diplomatie? Ik heb niks op met verbieden, maar ik heb nog minder op met arbitraire verboden.

Gelukkig komt er in de marge wel een stap in de goede richting: kamermeerderheid voor het schrappen van godslastering.

Referenda versus periodieke verkiezingen

Even geen actualiteit, maar meer een punt van algemene interesse: het fenomeen referenda. Ik mag gerust een tegenstander van referenda genoemd worden. Misschien is dat ondemocratisch, maar ik ben toch al geen uitgesproken democraat dus dat tegenargument neem ik graag voor lief.

Op 4 juni staan de Europese verkiezingen op de rol, en zo doen we dat in Nederland ook natuurlijk. Periodiek kiezen we onze volksvertegenwoordigers. Die keuze maken we op basis van het vertrouwen dat zij het land als geheel goed zullen gaan besturen. Zodra we gekozen hebben hangt die volksvertegenwoordigers een zwaard van Damocles, de volgende verkiezingen, boven het hoofd. Dus al te veel gekkigheid hoeven we nou ook weer niet te verwachten.

In mijn ogen zijn er twee fundamentele dingen verkeerd aan referenda.

  1. Ten eerste breken referenda in op de ‘package deal’ die je krijgt als je op een persoon van een bepaalde partij stemt. Politiek is geen supermarkt waar je alleen het lekkers kunt pakken en al wat je niet aanstaat laat staan. Tot op zekere hoogte is het ook gewoon “eten wat de pot schaft”. Tegen de Europese Grondwet stemmen? Dat mag van mij, maar dan mag je niet meer klagen dat de EU zo duur is want daar ben je met jouw tegenstem mede debet aan. Tegen een parkeergarage stemmen? Dat mag van mij, maar dan niet gaan mieren dat het bijbehorende winkelcentrum er ook niet komt. We gaan mensen toch ook niet in een referendum vragen of ze belasting willen betalen? Dat hoort er nu eenmaal gewoon bij.
  2. Ten tweede, en dat kun je de burger niet eens altijd kwalijk nemen, krijg je maar sporadisch antwoord op de vraag die je stelt. Politici maken meer dan eens van een referendum een verkiezing van of zij nog vertrouwen genieten. Gememoreerd kan worden aan premier Raffarin die zijn politieke toekomst min of meer verbond aan de uitkomst van het Franse referendum over de Europese Grondwet. Dat lieten de Fransen zich geen tweede keer zeggen, ongeacht de inhoud van de Grondwet kregen ze de kans de impopulaire Raffarin weg te sturen. Maar dan heb je dus geen antwoord op de eigenlijke vraag of men nou voor of tegen de Grondwet is.

Naar mijn mening moeten we ons tevreden stellen met het beleid waar we voor een periode van 4 jaar voor kiezen. Enerzijds kun je zeggen dat mensen het op punten oneens moeten kunnen zijn met hun gekozen partijprogramma, maar ik zie, als econoom, beleid grotendeels ook als een samenhangend geheel. Haal een kaart uit het kaartenhuis en het geheel lazert in elkaar.