Kilometerheffing horde te ver?

Om vrijheden overeind te houden, doen we er goed aan niet overal een prijs aan te hangen. Een voorbeeld hiervan kan de spits- of kilometerheffing zijn, welke uit het oogpunt van vrijheid een zoveelste horde opwerpt.

Vorige maand meldde het CPB dat een kilometerheffing op drukke wegen in de spits gunstig is voor de welvaart, maar lastig uitvoerbaar is. Het persbericht komt er op neer dat invoering niet haalbaar is als we er ook wat mee willen opschieten. Achter de kilometerheffing gaat daarnaast ook een belangrijke politieke afweging schuil.

De toegang tot de weg wordt immers ingeperkt met een kilometerheffing en dat maakt het een politieke afweging. Voor wie de weg op wil, zijn er al de kosten van de auto en de brandstof (inclusief accijns). Hoeveel meer wil je als maatschappij dan nog doen om mensen, weer via hun portemonnee, te ontmoedigen alsnog de weg op te gaan?

Je kan met elkaar besluiten dat iedereen vanaf een bepaald punt moet kunnen gaan wanneer hij of zij dat wil. Een kilometerheffing is op te vatten als de zoveelste horde die het recht van de sterkste beschermt: “Omdat ik veel verdien, heb ik er meer voor over om in de spits te rijden, en mag een ander om de spits heen werken.” Niet mooi.

De spits is net als de rij bij de kassa een “gelijkmaker”: een van die weinige momenten dat we gewoon op onze beurt moeten wachten en ongeacht status gelijk zijn. Dan leven we af en toe nog een beetje in elkaars wereld. Dat moet zo blijven, want met rijkdom koop je dan misschien meer merkspullen, maar niet al maar meer vrijheid.

Uit maatschappelijk oogpunt kan een kilometerheffing alsnog gewenst zijn, al blijkt dat niet uit de CPB-analyse. Maar de kilometerheffing mag zeker geen achterdeur zijn om burgers uit de file te pesten.

Vastgoedcrisis twintig jaar van nu

Navolgend artikel is fictief en op persoonlijke titel geschreven; dit artikel diende ter inspiratie. Het schetst een denkbaar scenario voor de ontwikkeling van het commercieel vastgoed in relatie tot de rol van de overheid bij de woningbouwprogrammering de laatste decennia. Een rol waar nu van teruggekomen wordt.

Nieuwbouw tot crisis te ‘publiek gestuurd’

30-01-2033 | Laatst gewijzigd: 30-01-2033

De nieuwbouw van commercieel vastgoed was tot aan de crisis najaar 2028 ‘zeer sterk publiek gestuurd’. Het aanbod was niet (primair) afgestemd op de voorkeur van gebruikers, maar op wat ‘goed is voor Nederland’, vastgelegd in beleid van Rijk, provincies en gemeenten.

Dit commentaar ontving de tijdelijke commissie Commercieel vastgoed. Deze commissie stelt een parlementair onderzoek in naar de leegstandsontwikkeling en zwakke concurrentiepositie van het Nederlandse commercieel vastgoed.

Overheden schreven tot de crisis bijna alles op de commerciële vastgoedmarkt voor. Zowel wat betreft locatie (kantoren bij treinstations, winkels in de binnensteden en bedrijfsruimten op bestaande locaties), stedenbouw (ontsluitingen, groen, water, parkeren), aantallen, dichtheid (hoog), programmering (SER ladder), multifunctioneel gebruik (winkels in de plint), architectuur als wat betreft kwaliteiten (duurzaamheid, energiezuinigheid, aanpasbaarheid en veiligheid).

De gevolgen hiervan zijn bijvoorbeeld kantorenlocaties nabij grote stations die de laatste decennia sterk zijn gegroeid, maar waar de vraag uiteindelijk niet in dezelfde mate is geland. De plancapaciteit voor kantoren is na de crisis begin deze eeuw zo beperkt dat uitbreidingsvraag alleen nog rondom stations kon worden geaccommodeerd. Op termijn zijn enkele monofunctionele locaties grondig geherstructureerd en hebben vervolgens weer gebruikers uit de drukke stationsgebieden aangetrokken.

Het winkellandschap lijkt in eerste instantie gezond, maar doordat winkels alleen nog werden toegestaan in de binnensteden zijn consumenten meer dan in omringende landen op internet gaan winkelen. Voor sommige boodschappen zijn de parkeer- en reiskosten van de binnenstad bijvoorbeeld te hoog. Een deel van de binnenlandse detailhandelsbestedingen zijn bovendien bij buitenlandse internetwinkels terechtgekomen. In het buitenland zien we dat consumenten meer in de eigen fysieke detailhandel besteden door de aanwezigheid van met de auto goed bereikbare locaties aan de stadsranden.

Het Topsectorenbeleid van de jaren ‘10 heeft uiteindelijk ook niet het gewenste resultaat opgeleverd. Een belangrijke reden hiervoor is de SER ladder geweest die verdere clustering en optimalisatie van de bedrijfsruimtemarkt heeft beperkt. De Topsectoren hebben zich niet optimaal kunnen vestigen, zoals nabij gelijksoortige bedrijven, en zijn ondergeschikt gemaakt aan het beperken van de leegstand op bestaande, vaak ongeschikte, locaties. De SER ladder heeft er vooral voor gezorgd dat het slechte is behouden en de dynamiek op de bedrijfsruimtemarkt is komen stil te liggen.

Commerciële partijen op de vastgoedmarkt steken ook de hand in eigen boezem. Na de crisis van de jaren ‘10 werd door veel partijen een grotere rol van de overheid verwelkomd. Voorgeschreven krijgen wat wel en waar mag, beperkte het ondernemersrisico danig. Potentiële concurrentie vanuit de plancapaciteit werd uit de markt genomen. Bestaande belangen werden beschermd tegen nieuwe toetreders en concepten. De schrik van de hoge leegstand zat er in de jaren ‘10 zo in dat kritiek op een grotere rol voor de overheid niet voor de hand lag.

Het afstemmen van de (onzekere) vraag op het aanbod via de plancapaciteit is onnodig. Zeker wanneer deze voor de markt toch niet interessant is om te ontwikkelen. Goed onderbouwde grondprijzen (en belastingen), afhankelijk van locatiespecifieke kenmerken zoals maatschappelijke kosten en baten van de ontwikkeling, maken van de overheid een marktmeester die verder alles aan de markt kan laten. De rol van de overheid is er een van flexibiliteit en het zoveel mogelijk openlaten van gelijkwaardige opties. De overheid hoeft alleen te zorgen dat er voldoende aanbod en alternatieven zijn om aan de constant veranderende gebruikersvraag te voldoen. Alleen op die wijze kan de Nederlandse commerciële vastgoedmarkt weer bijdragen aan een gezond vestigingsklimaat en economische groei.

Moreel risico op het Nederlandse spoor

Vandaag viel in de Spits te lezen dat de NS meent streng te moeten optreden tegen 2e klas reizigers die in een (over)volle trein geen zitplaats in de 2e klas kunnen gebruiken, en besluiten in de 1e klas te gaan zitten: bijbetalen of boete (naast de Lidl reclame op pagina 7). De reizigersvereniging ROVER is het hier, hoe voorspelbaar, mee oneens. Ik zag al op NUjij dat sommigen menen dat je maar gewoon moet betalen voor de 1e klas als je wilt kunnen zitten.

Klinkt ergens heel logisch, maar(!) er is hier meer aan de hand natuurlijk. De NS varen wel bij de positie van monopolist, met een concessie verkregen van haar enige aandeelhouder. Zodra de NS haar concessie weer binnen heeft, wat geen enkele moeite kost, treedt moreel risico op: de NS kan binnen zekere marges haar reizigers naar believen als oud vuil behandelen als monopolist. Die marges voorkomen excessen, want de Nederlandse Staat heeft er geen belang bij dat iedereen de auto in vlucht.

Wat wel kan gebeuren in dit soort situaties is dat de NS besluiten onder te investeren in 2e klas rijtuigen om zo meer mensen te bewegen een 1e klaskaartje te kopen. Ik acht die vorm van moreel risico heel reëel. Er is eigenlijk geen enkele partij die dit kwalijke gedrag kan afstraffen. Persoonlijk tref ik de 1e klas praktisch altijd nagenoeg leeg aan. Dat vind ik een sterke indicatie dat de hier geschetste immorele onderinvestering daadwerkelijk plaatsvindt.

Om die reden vind ik dat de NS te luchtig over commentaar op dit punt heenstappen. De NS onderkennen niet dat er een sterke prikkel is om te weinig zitplaatsen in de 2e klas te hebben, en tonen niet aan dat zij hier bewust beleid tegen voeren.

Een en ander zou de concessieverlener, de Nederlandse Staat, moeten bewegen om strengere eisen aan de concessie te stellen. Maar daar mogen we weinig van verwachten, want het Rijk verleent niet alleen de concessie, maar is ook eigenaar van de NS. Dat zijn tegenstrijdige belangen die in dit geval er toe leiden dat 2e klas treinreizigers af en toe moeten staan, omdat dat onder de streep de kas van de NS als monopolist spekt.

VVD programma besproken

Mijn politiek voorkeur is geen groot geheim, en ik vind het wel aardig om eens de beknopte verkiezingspunten van de VVD door te lopen.

Bezuinigingen

* De VVD wil een kleinere staat met een kwart minder politici, halvering van het aantal ministers en veel minder ambtenaren. Dit levert 4 miljard euro op in 2015, oplopend naar ruim 6 miljard in 2020.
* De VVD wil uitgaven voor ontwikkelingssamenwerking en de afdracht aan de Europese Unie halveren. In 2015 bespaart dit 4,5 miljard euro belastinggeld, oplopend naar 5,5 miljard in 2020.
* De VVD wil de kansloze immigratie tot nul beperken en stoppen met inburgeringssubsidies. Immigranten moeten voor werk en niet voor de uitkering naar Nederland komen, dus de eerste tien jaar in Nederland krijgen zij geen uitkering. Dit levert 0,5 miljard euro op in 2015, oplopend naar een kleine 2 miljard in 2020.
* In de sociale zekerheid wordt de re-integratiebureaucratie beperkt en alleen écht jong gehandicapten krijgen een uitkering. De WW wordt korter, maar de eerste maanden hoger. Dit leidt in 2015 tot 4 miljard euro besparingen, oplopend tot 9 miljard in 2020.

Minder ministers en minder ambtenaren is een terugkerend punt natuurlijk. In mijn ogen is dat alleen mogelijk als de overheid ook daadwerkelijk minder gaat doen. De indruk dat je met het modewoord ‘efficiencyslagen’ miljarden kunt bezuinigen vind ik niet realistisch. Minder ambtenaren leidt te vaak tot de inhuur van ‘consultants’ en die zijn bepaald niet goedkoper.

Minder geld naar EU en ontwikkelingssamenwerking ben ik niet bijzonder enthousiast over. De bijdrage aan de EU zou inderdaad eerlijker kunnen, maar wat betreft ontwikkelingssamenwerking vind ik dat we ons aan internationale afspraken moeten houden. Dat anderen dat niet doen, is voor mij geen reden om het dan ook maar niet te doen. Afspraken maken en nakomen betaalt zich ook uit, en slimme inzet van ontwikkelingshulp kan het Nederlandse bedrijfsleven ook van profiteren

Ook ben ik niet enthousiast over de negatieve houding ten opzichte van immigranten. Ja, ik ben het er mee eens dat mensen hier niet voor een uitkering horen te komen. Ik vind daarentegen ook dat als je bijdraagt aan sociale verzekeringen, dat je er ook van hoort te profiteren als dat zo uitkomt. Onderzoek eens, zoals bij de AOW, of je rechten kunt opbouwen als immigrant en op basis daarvan uitkering krijgt. Tien jaar sowieso niets is mij te gortig, en lijkt mij oneerlijk ten opzichte van Nederlandse uitvreters.

Beperking van de sociale kant van de arbeidsmarkt (WW etc.) vereist in mijn ogen dat ook iets aan het ontslagrecht wordt gedaan. Als ik minder WW krijg, moet het een toekomstige werkgever ook gemakkelijker gemaakt worden om mij aan te nemen en te houden. Nu blokkeert het ontslagrecht het aannemen van personeel, want wanneer kun je pas weer van iemand af is maar de vraag. Alleen bezuinigen op WW en degenen die, soms enkel met mazzel, hun baan behouden ontzien, is onvoldoende: het ontslagrecht moet ook soepeler.

Investeringen

* De VVD investeert in veiligheid door méér blauw op straat: 3.500 agenten extra, ook op het platteland.
* De VVD investeert jaarlijks 500 miljoen euro in extra wegen en een forse uitbreiding van het spoorwegennet.
* De VVD investeert 2,5 miljard euro in de kwaliteit van het onderwijs waarmee deze een stevige impuls krijgt.

Zondermeer goede punten lijkt mij. Forse uitbreiding van het spoorwegennet lijkt mij in Nederland de aangewezen manier om woon-werk verkeer mogelijk te houden. Het Nederlandse net schijnt aan de capaciteitsgrenzen te zitten, dus uitbreiding van de infrastructuur is een uitermate verstandig plan. Daarnaast vind ik dat onderwijs erg belangrijk is om sociale verschillen te beperken. Waar sommigen denken dat je met kleptocratentaksen alles oplost, zal een verstandig mens erkennen dat de economie waarin wij leven capaciteiten beloont. Daar is geen progressieve belasting tegen opgewassen. Met dat gegeven moet je dus proberen de capaciteiten van iedereen te maximaliseren, want daarmee bereik je echte nivellering. Investeren in het onderwijs is daarvoor in mijn ogen een geschikt middel, en effectiever en socialer dan even een uitkering of toptarief optrekken.

Vernieuwingen

* Op basisscholen krijgen kinderen weer les in d’s en t’s, de kwaliteit van het vakonderwijs moet omhoog en de VVD wil meer academici voor de klas.
* De VVD kiest voor betaalbare zorg van betere kwaliteit en dichter bij huis.
* Werken en ondernemen moet weer lonen, daarom verlaagt de VVD de belastingen.

Zo beschreven houdt het nog niet veel in. In hoeverre deze wensen betaald kunnen worden vraag ik me af. Wel deel ik de mening dat als wij vinden dat de kwaliteit van het onderwijs en de zorg omhoog moet we in allerlei opzichten daar ook voor moeten willen betalen: meer investeren en betere arbeidsvoorwaarden voor onderwijzers en zorgverleners. Belastingverlaging zou in mijn ogen moeten kunnen, maar lijkt mij niet strikt nodig. Zeker niet als de hypotheekrenteaftrek bijvoorbeeld in stand blijft. Belastingverlaging in de laagste schijf zou ik wel interessant vinden om te proberen ook laaggeschoolden maximaal aan werk te helpen.

Wat wil de VVD niet?

* De VVD wil niet tornen aan de hypotheekrenteaftrek (de overdrachtsbelasting willen we wél aanpakken).
* De VVD wil direct stoppen met de kilometerheffing.
* De VVD wil de Bosbelasting (inkomensafhankelijke ouderenbelasting) afschaffen.

Het gedachtenexperiment dat ik altijd doe bij de hypotheekrenteaftrek is of je het zou invoeren als het er nog niet was: nee. Het verstoort de markt niet zozeer, maar het is wel een bizarre manier van rondpompen van geld. Ik zou het willen afschaffen, en niet omdat de rijken bevoordeeld worden (dat valt reuze mee), maar omdat het een ondoelmatig vreemd fiscaal vehikel is.

Zeker de spitsheffing was een interessante mogelijkheid om efficienter gebruik te gaan maken van het wegennet. Nu waren de Nederlandse ambities weer over de top, maar beter onderzoeken of er niet toch wat meer prijsdifferentiatie kan komen op de weg zou ik niet zo tegen willen zijn als de VVD nu. Ik zie meer kansen voor de economie, dan bedreigingen rond dit dossier.

Over de Bosbelasting heb ik niet echt een mening. Volgens mij heeft niemand daar echt onwijs veel pijn van, dus waarom die fiscalisering van de AOW er af moet zie ik niet zo. Zeker niet omdat die groep naar het nu lijkt eerder met pensioen heeft kunnen gaan dan toekomstige generaties.

Kerstvakantie: scriptie Rechten

Zoals te lezen viel hier ben ik eind oktober afgestudeerd als econoom: Afgestudeerd als Econoom!

Wat resteert er nu nog voor deze mr.drs.-student? Deze maand heb ik inmiddels twee mondelingen succesvol afgerond. In januari nog een schriftelijk tentamen en een mondeling. Tijdens het tweede semester staat maar één vak: Materieel Bestuursrecht. Ja… En een afstudeerscriptie natuurlijk en dat is het onderwerp van deze post en ten dele het onderwerp van deze kerstvakantie.

Het onderwerp van mijn scriptie rechten behelst op dit moment het geven van een rechtseconomische analyse van clustering door overheden in het aanbestedingsrecht. Ik zie de “Wat?!”-blikken al. Mijn ambitie voor de korte termijn na het afstuderen gaat richting ruimtelijke ontwikkeling en meer specifiek binnen rechten leek het mij interessant om met een rechtseconomische bril het aanbestedingsrecht in te duiken. Het specifieke onderwerp van clusteren door de overheid kwam op door: Clustering van overheidsopdrachten; mededingingsbeperkend of aanbestedingsefficiency?

De scriptie moet nog geschreven worden, maar ik heb mijn ‘antennes’ al wel uithangen in de wereld van het aanbestedingsrecht. Begin deze maand zat ik al bij Van Benthem & Keulen Advocaten uit Utrecht om van gedachten te wisselen. Vandaag heb ik me gestort op een dikke twee maanden Cobouw, het dagblad voor de bouw, met als voorlopig resultaat een mooie knipselkrant zeg maar. Zo op het oog zitten er kort door de bocht twee kanten aan het verhaal. Het MKB, en de Europese/Nederlandse overheid met hen, is van mening dat clusteren niet moet omdat dit concurrentiebeperkend zou zijn. Daartegenover staat dan de observatie dat aanbestedingen veel tijd en geld kosten en dat met meer kleine aanbestedingen dat alleen maar erger wordt. Gegeven dat kom je dus met minder clusteren van de regen in de drup.

Alles goed en wel, maar ik schijn geroepen te hebben dat deze scriptie eind januari af moest zijn. Dus niet, maar iets er aan doen deze dagen lijkt mij een goed plan. Naast het gebruikelijke kerst- en nieuwjaarvertier natuurlijk!

Orgaandonatie en de registratie: wat te doen?

Het was enige dagen geleden in het nieuws: dit jaar zijn er minder orgaandonaties in Nederland dan vorig jaar. De opleving die waarschijnlijk mede te maken had met de Donorshow van BNN is weer teniet gedaan.

In de media:
BN/DeStem: Minder orgaandonaties dit jaar
AD.nl: Dalend aantal transplantaties

Zelf sta ik volledig als donor geregistreerd. Het heeft enige overpeinzing gevraagd, maar toevallig een paar maanden voor de beruchte BNN Donorshow registreerde ik mijn keuze. Tijdens die Donorshow heb ik overwogen BNN misschien zelfs te gaan steun als “tientjes”-lid. Dat heb ik niet gauw, maar hetgeen BNN aan de kaak stelde en de manier waarop vond ik ijzersterk en prijzenswaardig.

Daar heb ik toch vanaf gezien. Tijdens de show gaf Patrick Lodiers duidelijk te kennen dat BNN, voorzover een omroep dat kan, achter een “Donor, tenzij…”-regeling stond. En daar ben ik faliekant mordicus tegen. Principieel omdat voor mij altijd het uitgangspunt is dat een mens over diens eigen lichaam beschikt, tenzij… Niet andersom wat een automatische registratie als donor, tenzij je ingrijpt, impliceert. Het gaat mij te ver om de lichamelijke integriteit opzij te schuiven omdat dat pragmatisch goed uitkomt. Dat is mij al te gortig.

Afgelopen week zat Patrick Lodiers in Goedemorgen Nederland en daar sprak hij over het nieuwe BNN seizoen, maar ook de Donorshow en de korte duur van de impact van die show kwam ter sprake. Naast het bezwaarsysteem, “Donor, tenzij…”, opperde hij verplichte registratie: de plicht een keuze te maken. Daar voel ik wel voor, maar ik twijfel met zulke ideeën altijd of je mensen dan niet juist richting een initieel “Nee” drijft waar ze vervolgens niet meer op terug komen. Het blijft een lastig probleem.

Zelf heb ik wel eens gedacht dat deze registratie misschien aan bepaalde privileges gekoppeld zou kunnen worden. Zou het een idee zijn om te verplichten dat iemand die zijn rijbewijs wil ophalen/vernieuwen geregistreerd moet staan? Zeker weten doe ik het niet, maar verkeersongevallen lijken mij een domein waar de orgaandonatievraag van belang is. Is het onredelijk om te stellen dat als jij een voertuig wilt besturen, met alle risico’s van dien, dat we dan van je vragen aan te geven wat jij wilt dat er met jou gebeurd als het ongelukkigerwijs mis mocht gaan? Wellicht kweekt het zelfs enig extra bewustzijn ten aanzien van de risico’s van het verkeer. Toegegeven, ook hier geldt: vallen mensen dan te makkelijk naar een “Nee” uit?

Het opvoeren van orgaandonatieregistraties is van belang. Van een groot gedeelte van de Nederlanders weten we niet wat zij willen en het is gissen of hun nabestaanden wel op de hoogte zijn. Een bezwaarsysteem waarin je automatisch donor bent vind ik principieel verwerpelijk, maar een houding van de overheid waarin mensen meer gedwongen worden zich te registreren heeft mijn zegen.

Of Balkenende die ‘dwang’ kan brengen via tv-spotjes vraag ik me dan wel weer af:
Telegraaf.nl: Premier mogelijk in donorcampagne.

Goedkoop OV voor afgestudeerden

Allereerst een korte opmerking over een van mijn vorige berichten: 10 miljoen tegen verveling hoogbegaafde kinderen. De Brabantse partij schijnt enige dagen voor mijn bericht eenzelfde soort van gedachte gehad te hebben wat betreft de belachelijke situatie dat in het bijzonder MB0-leerlingen te lang geen beschikking krijgen over een OV-studentenkaart: Brabantse Partij: mbo’ers goedkoop met de bus. Niet dat ik veronderstelde origineel te zijn, maar ik ben wel blij dat er op het politieke vlak in ieder geval concreet over nagedacht wordt.

In dat licht gaan de haren mij dan ook overeind staan van het volgende bericht dat vandaag naar buiten kwam: Ex-studenten reizen een jaar langer voordelig.

Vanaf dit najaar kunnen ex-studenten tegen een aantrekkelijke prijs een jaar lang met trein reizen. Minister Camiel Eurlings van Verkeer kondigde donderdag de komst aan van een ov-kaart voor het spoor voor afgestudeerden van universiteiten, hogescholen én mbo-opleidingen. Bij elkaar gaat het om ongeveer 200.000 mensen.

Zo op het oog nobel en misschien zelfs doeltreffend. Maar eerlijkheidshalve zie ik het nut niet van louter nobele maatregelen, en bij de doeltreffendheid zet ik vraagtekens. Waarom is het in het belang van ons allen dat de groep afgestudeerden de trein in gaat? Is dat de groep die het best gepaaid kan worden met een dergelijke maatregel? Is er op zeker geen andere groep aan te wijzen die happiger is? Of is het juist niet de bedoeling dat er te gretig toegehapt wordt? Het is een groep die net gaat verdienen, wellicht nog weinig verplichtingen heeft en misschien eerder blij is (voorlopig) even niet in de trein te hoeven. Mijn vraag zou zijn of een goedkoper abonnement het best terecht komt bij ex-studenten.

Geheel ten overvloede doemen er ook de gebruikelijke vragen op of er wel voldoende materieel is, of er wel genoeg spoor ligt. Waarom nu uitdrukkelijk een groep aansporen de trein in te gaan die tijdens de al drukke spits zal gaan reizen?

En daarbij, om op mijn eerste alinea terug te komen. Als er dan toch geld het OV in moet dan lijkt mij dat de groep minderjarige MBO-, HBO- en WO-leerlingen eerder in aanmerking zouden moeten komen voor een dergelijke maatregel. Niet omdat de minister dan aan zijn doelstelling van 5% meer reizigers op het spoor komt, maar omdat het van goed fatsoen zou getuigen. Dit plan van Eurlings lijkt leuk, maar zo op het oog is er geen enkele reden te geven die aantoont dat we hier met zijn allen beter van worden.