Gaan strafrechters leren kritisch te denken?

Eind 2007 schreef ik in ‘Reactie: “Lucia de B.: Toeval of niet?”‘ dat de strafrechter niet gekwalificeerd genoeg is om bewijs gebaseerd op kansrekening te beoordelen. Ongeveer hetzelfde gold en geldt wat mij betreft voor statistisch bewijs. Rechters waren in mijn ogen een speelbal van (zelfbenoemde) experts.

Gelukkig gloort er enig hoop aan de horizon want President van de Hoge Raad Corstens wil werk maken van het verbeteren van de kennis onder strafrechters (NRC.nl: Strafrechters leren ‘kritisch denken’). Er is veel, in mijn ogen terechte, kritiek op de strafrechter en met het voorgestelde project ‘Kritisch denken’ moet de strafrechter bijgespijkerd gaan worden.

Ik ben zeer benieuwd wat er van terecht komt, zeker omdat resultaat zich pas op zijn vroegst over vijf jaar openbaart. Daarnaast zou ik zeggen dat er op de juridische faculteiten hier ten lande meer dan nu aandacht moet komen voor andere wetenschappen. Een goed begin zou wat mij betreft zijn om Wiskunde A12 (of hoe dat ook moge heten tegenwoordig) verplicht te stellen. Rechten moet af van het imago een pure tekstwetenschap te zijn: in de praktijk wordt veel meer van je gevraagd en dat geldt niet alleen voor de strafrechter.

Schaatsers zelf laten opdraaien voor redding?

‘Schaatsers moeten redding zelf betalen’

Zo ongeveer alle nieuwsdiensten gebruiken dezelfde feed over de uitspraak van de Alphense brandweercommandant. Deze is het zat en wil dat de reddingskosten die zijn brandweer maakt om schaatsers te ‘redden’ verhaald worden op degenen die gered moeten worden.

Dat roept bij mij vragen op:

  1. Wat doe je met een redding die niet helemaal 100% succesvol afloopt?
  2. Wat doe je met een reddingsactie waar niet om gevraagd is? En sterker: waarvan je ook wel kon nagaan dat die niet nodig was?
  3. Wat doe je met de rechter die een dergelijk plan (terecht) gelijk bij het vuil zal zetten?

Ik zal de eerste twee vragen maar in het midden laten, want het lijkt me duidelijk dat de kort-door-de-bocht stellingname van de Alphense brandweercommandant daar al flink in de problemen komt. Maar goed, dan blijven de noodzakelijke en succesvolle acties nog gewoon overeind.

Waarom zal de rechter in mijn ogen niet meewerken? Net als gold in het arrest Brandweer Vlissingen (HR 11 december 1992, NJ 1994, 639) voorziet de Brandweerwet niet in een dergelijke kostenverhaal. Een ding is wat betreft dat arrest zeker: er zal dan eerst een publiekrechtelijke grondslag voor dat verhaal moeten komen. De Hoge Raad staat geen doorkruising van het publiekrecht toe met een privaatrechtelijk middel (onrechtmatige daad of iets dergelijks).

Interessanter vind ik de volgende opmerkingen van de Hoge Raad in Brandweer Vlissingen (1992): “dat het niet aangaat kosten van de hier aan de orde zijnde publieke taakuitoefening langs een publiekrechtelijke weg aan de burgers in rekening te brengen. […] Voorts is nog van belang, dat verhaal van kosten ertoe zou kunnen leiden dat bij de burger een drempel zou kunnen ontstaan om tot alarmering over te gaan, hetgeen uit het oogpunt van openbaar belang onwenselijk is.”

En dat brengt mij terug bij mijn tweede vraag. Wij moeten helemaal niet willen dat voor dit soort dingen een rekening gestuurd wordt: dat zorgt er naar alle waarschijnlijkheid enkel voor dat mensen zelf, maar ook toeschouwers, minder geneigd zijn om hulp te roepen. Daar wordt uiteindelijk niemand beter van.

Mijn oplossing zou zijn (forse) boetes op te leggen aan degenen die menen wel op onveilig verklaard ijs te kunnen schaatsen. Daarmee wordt hetzelfde doel bereikt: minder schaatsers op gevaarlijk ijs. Ik zie het een beetje als met snelheidsboetes, dan kloppen we ook niet pas aan als je een ongeval veroorzaakt maar als het even kan meteen als je de overtreding begaat.

In the Name of the Father: type I fouten in het strafrecht

Gisteren In the Name of the Father in Cinerama gezien. Naast een leuke avond zet het toch ook weer aan het denken over hoe je type I fouten in het strafrecht zo veel mogelijk kan voorkomen. Zeker als de verwachten gevolgen van een dergelijke fout groot zijn. Voorzover nodig werpt het ook een kritische schaduw op het ongebreideld vastzetten van terrorisme-verdachten; om nog maar niet spreken over Guantánamo. Goede film in ieder geval.

Drugs in Nederland: coffeeshops steeds meer op de tocht

nu.nl: Sluiten coffeeshops leidt niet tot meer illegaliteit

Als niet-drugsgebruiker zou het me eigenlijk geen biet moeten hoeven schelen. En wees gerust, ik zal er verder rustig om slapen als drugs wel volstrekt verboden zouden worden. Maar ik vertrouw eigenlijk wel op ons beleid in Nederland; van mij zouden we een en ander wel veel explicieter legaal mogen maken. Zoals ik begrepen heb is een van de gunstige bij-effecten van het Nederlandse gedoogbeleid dat drugs, in ieder geval in vergelijking tot in het buitenland, betrekkelijk saai zijn. En saai is goed in dit geval.

Dat het sluiten van coffeeshops niet gelijk leidt tot meer illegaliteit wil ik nog wel geloven, immers illegaal hier of in eigen land kopen maakt niet meer uit. Wel vraag ik me af of drugstoeristen niet gewoon uitwaaieren naar coffeeshops in andere gemeenten. Dan krijgen gemeenten ongetwijfeld bonje met elkaar lijkt mij.

Ik kan me voorstellen dat grensgemeenten het drugstoerisme beu zijn en daar mag zeker adequaat opgetreden worden. Maar om maar gewoon en masse te gaan sluiten in de kennelijke hoop dat het volk wel een paar kilometer verderop gaat kijken (of thuis blijft). Daar zet ik vraagtekens bij.

Mijn hoop is dat de recente ontwikkelingen niet uiteindelijk er op uitdraaien dat ons gedoogbeleid via de achterdeur verdwijnt. In mijn ogen zal het beleid zoals wij dat kennen op de (heel) lange termijn een beter effect hebben op de maatschappij. Akkoord, regels over gebruik hoe en waar (zoals al maar meer met roken) is niks mis mee, maar terug naar volstrekte illegaliteit moeten we niet willen denk ik.

“FNV wil wet voor terugeisen bonussen”

UPDATE op Topinkomens, overheidsingrijpen en moreel risico.

nu.nl: FNV wil wet voor terugeisen bonussen
Telegraaf.nl: FNV: wet voor terugeisen bonussen

Bonussen die gebaseerd zijn op verkeerde informatie moeten in mijn ogen zeker terug. Eveneens als later blijkt dat een bestuurder te veel risico heeft genomen en daarom aanvankelijk voor bonus in aanmerking kwam.

Vertrekpremies vind ik lastiger omdat ik dan wel vind dat er onomstotelijk moet vast staan dat de bestuurder de boel geflest heeft. Achter vertrekpremies huist ook het idee dat een Algemene Vergadering van Aandeelhouders je niet te lichtzinnig kan wegsturen. Echter als het handelt om het soort situaties waarin een normale werknemer ook op staande voet zijn biezen zou moeten nemen (diefstal, fraude bv.) dan lijkt mij een vertrekpremie ook niet op zijn plaats. Evenmin als er ‘gespeculeerd’ wordt op vertrek. Immers bestuurder worden van een bedrijf dat richting de afgrond koerst is een recept voor vroegtijdig vertrek en bijbehorende vertrekpremie.

Dus: ik ben benieuwd wat het FNV precies voor ogen heeft, maar het idee op zich kan ik volledig begrijpen.

Topinkomens, overheidsingrijpen en moreel risico

Telegraaf.nl:
Overnameavontuur Fortis eindigt in nationalisatie
Bos: slagkracht Fortis overschat

Het zal niemand ontgaan zijn: Fortis stond op instorten, maar is, zoals we mogen verwachten van onze regering, gered. Er valt zoveel te vertellen over deze kredietcrisis, maar in dit weblog wil ik ingaan op de beloning van bestuurders van bedrijven die gered worden door de overheid. Dat zijn nu natuurlijk financiële instellingen als Bear Stearns, Freddie Mac, Fannie Mae, AIG, Northern Rock en ons eigen Fortis.

In het tweede Telegraaf-artikel valt bijvoorbeeld te lezen dat:

Een ruime Kamermeerderheid wil voorkomen dat de bestuurders van Fortis weglopen met hoge afkoopsommen. Het management mag niet worden beloond voor de ellende waarin Fortis is gestort, aldus de Kamer. De minister van Financiën heeft gezegd dat hij scherp let op de beloning van de bestuurders in Nederland, waarvoor hij als aandeelhouder nu verantwoordelijk is.

De Belgische premier Yves Leterme heeft Fortis gevraagd een vertrekpremie voor ex-topman Herman Verwilst niet te betalen. Zijn bonus kan oplopen tot 5 miljoen euro.

Zeker die laatste vertrekpremie is in mijn ogen van belang. Ik ga er maar van uit dat van toekomstige vertrekpremies geen meer sprake zal zijn bij Fortis, maar die vertrekpremie van Verwilst is al toegezegd. In mijn ogen zou het goed zijn als de beloningen door de hele keten van verantwoordelijken bij Fortis langsgelopen wordt en ik zou het belangrijk vinden dat achteraf onterechte bonussen en dergelijke geretourneerd worden.

Moreel risico

Het probleem dat hier speelt is dat er op zijn minst de suggestie gewekt wordt dat je als topbestuurder met dito topsalaris lekker risicovolle transacties kunt doen: als het goed gaat strijk je een dikke bonus op en als het mis gaat dan heb je in ieder geval je vertrekpremie nog. Er zou sprake zijn van het economische fenomeen moreel risico. Moreel risico houdt in dit geval in dat een bestuurder zich risicovoller gaat gedragen dan nodig omdat deze persoonlijk geen (of veel bescheidener) risico’s loopt.

Nu moet ik met Bob McTeer in zijn Economix weblog erkennen dat de principaal-agent theorie hier juist wel aardig functioneert. Hij onderstreept dat moreel risico zeker speelt maar niet in de mate waarin nu gedacht wordt. Zowel bij de genoemde Amerikaanse als bij Fortis verliezen de topbestuurders hun baan en zoals gezegd sommigen (als niet allen) hun vertrekpremie. Wat over het hoofd gezien wordt is dat de principaal (de financiële instelling) gered wordt en niet de agent (de topbestuurder). De topbestuurder loopt dan misschien wel niet hetzelfde soort risico dat diens bedrijf loopt, maar bij een reddingsoperatie wordt hij/zij niet gered.

Conditioneel belonen

Daarentegen ben ik persoonlijk van mening dat de verantwoordelijkheid van topbestuurders nog duidelijker uitgedrukt moet worden. Allereerst zou ik er voor pleiten dat bonussen meer dan nu conditioneel toegekend worden. Als in de nabije toekomst (5-10 jaar?) blijkt dat een bonus toegekend is op basis van beslissingen die in dat tijdsbestek uiteindelijk toch verkeerd uitpakken dan moet die bonus geretourneerd worden. Dat lijkt mij nu bij Fortis bijvoorbeeld passend: degenen die fors beloond zijn voor het tot stand brengen van de overname van ABN-AMRO verdienen hun beloning evident niet.

Conditioneel belonen ligt aan de zijde van de particuliere sector, dat is een eigen verantwoordelijkheid en dat moet het blijven. Wel vind ik dat als de particuliere sector niks onderneemt er ruimte voor de overheid moet zijn om een soort van pluk-ze-beleid toe te passen. Als het bedrijf zelf niet de bonussen terug verlangt dan moet de overheid er maar in stappen.

Steviger straffen

Persoonlijk vond ik de straffen voor de Ahold top die betrokken waren bij het schandaal met US Foodservice betrekkelijk laag. Absoluut, we zijn niet gewend dat dergelijke straffen überhaupt voor zulke vergrijpen worden uitgedeeld, ze komen immers weinig voor. Wel heb ik het gevoel dat de ernst van fraude of daar aan grenzend gesjoemel onderschat wordt. Tastbaar is het verlies van banen: banen die door échte mensen werden vervuld. Minder tastbaar, maar niet onbelangrijk, is het verlies door een verkeerde allocatie van geld. Als een bedrijf, tegen de werkelijkheid in, pretendeert super te draaien en wij daar dan massaal in investeren zal nadien blijken dat we welvarender waren geweest als we ons geld elders hadden besteed.

Meer dan naar mijn indruk nu het geval is moeten topbestuurders verantwoordelijkheid dragen naar de omvang van het bedrijf dat zij besturen. Kan dat betekenen dat er zeer heftige gevangenisstraffen kunnen volgen als een bedrijf (bijna) omvalt door wanbeleid aan de top? Wat mij betreft wel. De Enron lieden kregen fikse straffen, maar hun vergrijpen waren ook veel ernstiger. Toch zou ik er voor voelen om zwaardere straffen te willen opleggen voor gevallen zoals Ahold waar een verkeerde voorstelling van zaken gegeven wordt.

Nu zou je kunnen zeggen: dat is sneu zeg, een topbestuurder kan dat toch allemaal niet overzien? Ten eerste stel ik dan de wedervraag of de persoon dan wel geschikt is. Dan merk ik op: daar wordt die bestuurder ook voor betaald. En sterker nog zou ik willen vragen of het bedrijf dan niet te groot is. Een topbestuurder moet de verantwoordelijkheid voor diens gehele bedrijf kunnen dragen, anders dan zijn we in de toekomst gezien en krijgen we alleen maar meer van dit soort crises als nu. Des te groter het bedrijf, des te groter de verantwoordelijkheid en des te zwaarder de straf als je niet naar die grotere verantwoordelijkheid handelt.

Levenslang, en dan… Geven we een keuze?

Allereerst een kleine greep uit de recente actualiteit omtrent de levenslange straf in Nederland.

20 augustus 2008NOS: “Levenslange straf moet humaner”
25 augustus 2008Trouw: “Wetsvoorstel Antillen als voorbeeld”

Hopelijk ten overvloede, maar ik zal het hier toch zeggen: levenslang is in Nederland echt levenslang. Tussen de maximale straf van levenslang en de stap daaronder, 30 jaar (de optelling blijkt wel uit het wetboek van Strafrecht), zit niks. Zoals uit de kleine greep blijkt is uitzichtloosheid een concreet probleem. Gestraften schijnen ook een zekere mate van rechtmatigheid te moeten kunnen zien in de straf. Meer dan 15 jaar straffen schijnt volgens de literatuur zinloos te zijn omdat de gestrafte dan een weerzin van de maatschappij krijgt: “Dit heb ik niet verdiend.” Resocialiseren is dan een tot falen gedoemde missie.

We weten ons dus eigenlijk geen raad met die levenslang gestraften. Anders dan op gratie hopen kunnen ze momenteel niet. Revisie zoals er nu wellicht op de Antillen gaat komen is op zich goed, maar van belang is dan wel dat er tijdens de straf aan resocialisatie gedaan wordt. Iemand niet voort helpen omdat deze toch levenslang gestraft is en dan opeens na revisie terug de maatschappij in sturen kan niet. Ik vraag me ernstig af hoe het oordeel van de rechter die de levenslange straf uitspreekt en dus in beginsel niet van resocialisatie uitgaat mee moet wegen in een revisie. Interessante materie.

Een andere “oplossing” voor het probleem van uitzichtloosheid

Toch, deze actualiteit is voor mij meer aanleiding om een andere gedachtegang eens uit te werken. Feitelijk is het heel simpel. Verreweg de meeste Nederlanders zijn gesteld op hun vrijheid en achten dat welhaast een twee-eenheid met hun leven. Geen vrijheid zonder leven, maar ook geen leven zonder vrijheid. Wat ik mij afvraag is of we levenslang gestraften de keuze mogen (of misschien zelfs moeten) geven om voor de dood te kiezen. Levenslang gevangen zitten zou eigenlijk per definitie uitzichtloos zijn en zoals ik stel, als je geen leven hebt zonder vrijheid dan zou het voor sommigen een ondraaglijke straf zijn. Mag deze persoon er voor kiezen om, in plaats van de levenslange gevangenisstraf te ondergaan, ter dood gebracht te worden?

Nu schijnt de doodstraf best populair te zijn onder de Nederlanders, maar of men voor een keuze zal zijn zoals ik voorstel vraag ik me af. Wel meen ik dat het een redelijk alternatief is voor waar het Forum nu een probleem in ziet: de uitzichtloosheid. Die uitzichtloosheid kies je voor als je ook voor de dood had kunnen kiezen.

Hoe zou mijn suggestie in de praktijk uitpakken? Daar kunnen we met enige fantasie een recent voorbeeld van vinden in de VS.
17 december 2007New Jersey Abolishes Death Penalty

Helaas, toen de opheffing van de doodstraf in New Jersey speelde had ik betere artikelen voorhanden. Die kan ik niet meer goed vinden, maar de situatie is denk ik duidelijk. New Jersey heeft de doodstraf afgeschaft. Degenen op “death row” kregen de keuze of zij hun straf omgezet wilden zien in levenslang zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating. Of ze daar nou voor zouden kiezen of niet kwam volgens mij de facto op hetzelfde neer: New Jersey zou de doodstraf niet uitvoeren. De gedetineerden op “death row” kozen hoe dan ook allen voor omzetting.

Deze steekproef is maar heel beperkt en heeft haken en ogen. Toch blijkt dat degenen die in een situatie zitten waar ze min of meer voor de keuze gesteld worden (dood of levenslang) er toch voor kiezen te leven in gevangenschap. In dat opzicht ontbeert mijn idee wellicht praktisch nut, omdat wellicht niemand voor de dood zal kiezen, ook niet als levenslang het alternatief is.

En toch, een gestrafte laten kiezen tussen de dood of levenslang vind ik een interessant idee. Toegegeven, deels druist dat in tegen het idee dat de staat niet haar onderdanen mag doden. Anderzijds, in een tijd waarin vrijheid van onschatbare waarde is voor sommigen is levenslang misschien wel onmenselijker dan het alternatief van de dood.

Reactie: “Lucia de B.: Toeval of niet?”

Op 14 november 2007 postte ik onderstaand reactie al eens op EconomieOpinie.nl. Het is een reactie op een artikel betreffende casus Lucia de B. Dit artikel gaat in op het statistisch ‘bewijs’ dat gebruikt is in deze zaak. Mijn reactie gaat vervolgens in op hoe ik de opleiding Nederlands Recht in dit lecht ervaar. Hier een herpublicatie.

Als mr.drs.-student kom ik ook in aanraking met de juridische kijk op dit soort gevallen. Nu is de concrete casus van Lucia de B. niet dusdanig besproken dat ik daar specifiek op in zou mogen gaan. Helaas, maar er valt toch wel wat te zeggen over hoe in het juridische vak omgegaan wordt met kansen.

Het vak Materieel Strafrecht, dat ik momenteel volg, gaat onder andere in op “voorwaardelijk opzet”, de opzet op het in leven roepen van een ‘aanmerkelijke kans’ dat de gevolgen van een handelen tot een concrete onrechtmatigheid zullen leiden. Naar mijn bescheiden mening, gebaseerd op antwoorden van werkgroep casussen, wordt voor dat leerstuk naar willekeur kansberekening met en zonder terugleggen toegepast. Een academische visie op hoe een dergelijke ‘aanmerkelijke kans’ berekend zou moeten worden is mij ondanks expliciet navragen niet gebleken.

Persoonlijk is in dat licht denk ik het hele relaas betreffende de HIV-zaken bijzonder interessant. Het voert te ver om daar nu diep op in te gaan, maar feitelijk komt het er op neer dat de Hoge Raad meent dat het hebben van onbeschermde seks als bewust HIV-besmet persoon niet tot (voorwaardelijk) opzet kan leiden. Of althans, de Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit standpunt onvoldoende had gemotiveerd. Op basis van dat arrest kan geconcludeerd worden dat het doen van één of meer dan één handelingen, elk met een besmettingsrisico van 1 op 300, gelijk behandeld wordt. Er wordt geen binomiale verdeling overwogen. En elke losse kans van 1 op 300 is onvoldoende om tot voorwaardelijk opzet te komen.

Wat mij betreft zou er in dit soort gevallen ook wel eens met een scheef oog naar gekeken mogen worden. Is in dat licht 1 op 50 miljoen überhaupt wel zo klein? Hoe bepaalt de rechter wat een kleine en grote kans is? Vanzelfsprekend naar ‘de omstandigheden van het geval’. Maar kan zij het ook plaatsen in een groter academisch kader? Niet dat ik weet.

In mijn ogen is de juridische professie, in het bijzonder de strafrechtelijke, niet gekwalificeerd genoeg om bewijs op basis van kansberekening te waarderen. Statistieken als bewijs is toegankelijker lijkt mij, maar ook daar zet ik vraagtekens bij de competentie. Bot gezegd misschien, maar verreweg de meeste juristen ontbeert een voldoende gevoel voor cijfers om in te zien of geleverd statistisch bewijs bewijskracht toe zou moeten komen en in welke mate.

Enerzijds spijtig dat statistici geen plaats zouden hebben in de rechtszaal, maar anderzijds moeten wij niet willen dat rechters een speelbal worden van, soms zelfbenoemde, experts.