Nederland behaalt brons op WK Welvaart

Nederland is door de Verenigde Naties als derde gerangschikt op de Human Development Index 2011, ofwel het WK Welvaart. Alleen de van grondstoffen vergeven Noren en Australiërs hebben we voor ons moeten dulden. Onze bronzen plak hebben we te danken aan een goede score op de drie onderdelen levensverwachting, onderwijs en rijkdom.

Op die bronzen plak, ten teken van onze ongekende welvaart, zouden we trots moeten zijn. Het streven naar een beter leven is de drijvende kracht achter onze markteconomie, dus genoegzaam achterover hangen is niet de juiste houding. Toch, continu zuurpruimen dat het zo slecht gaat met Nederland is evenmin op zijn plaats, want dat is gewoon aantoonbaar onwaar. Af en toe tevreden zijn over hoe goed we het al hebben, moeten we niet vergeten.

Die hoge score op welvaart betekent ook dat we wat te verdelen hebben. Moeten we onze welvaart dan maar verbrassen? Nee. Wel moeten we ons door niemand zomaar wijs laten maken dat iets niet kan. Moet de pensioenleeftijd omhoog? Lijkt mij verstandig, maar het ‘moet’ niet. We hebben als welvarend land iets te kiezen en die keuzevrijheid moeten we claimen ook. De tijd dat de aanpak van problemen op ons neerdaalt als ware een bindend vonnis is wat mij betreft voorbij, want dat brons kunnen we met keuzevrijheid verzilveren.

Godsdienstvrijheid versus bijzonder onderwijs

Gisteren bleek dat gelovigen elkaar officieel het leven zuur mogen maken. Het Hof Amsterdam besloot namelijk dat een katholieke middelbare school een hoofddoekverbod mag instellen. De katholieke grondslag was bekend, dus had de leerlinge in kwestie moeten weten dat haar hoofddoek problemen kon geven. Ik bespeur bij mijzelf een nare bijsmaak. Het recht op bijzonder onderwijs is er niet om andersdenkenden te pesten.

Artikel 23 van de Grondwet voorziet slechts in “voldoend” openbaar lager onderwijs per gemeente, basisscholen dus. Middelbare scholen kunnen ook een bijzondere grondslag hebben. Zolang leerlingen een redelijk alternatief hebben bij de keuze voor een middelbare school, zie ik nog geen probleem. Dit is daarentegen, ook gezien art. 23 Gw, niet altijd het geval.

De situatie die aanleiding gaf tot deze uitspraak betreft het Don Bosco in Volendam. Ik heb even provisorisch gezocht en volgens mij is het beste alternatief een openbare middelbare school in Zaandam, 25 kilometer verderop. Ja, dat is een alternatief, maar echt overhouden doet het niet. Elke moslima die een hoofddoek wil dragen, kan dus na de basisschool niet in Volendam terecht, terwijl er wel gewoon een middelbare school staat. Dat is fout.

De bijsmaak die ontstaat, komt doordat gemeenschappen kennelijk via een achterdeur andersdenkenden kunnen ‘wegpesten’. Ik zeg niet dat dit het motief is in Volendam, maar verdraagzaamheid is wel ver te zoeken. Volendam is duidelijk minder aantrekkelijk geworden voor islamitische gezinnen met opgroeiende dochters. Dat is kwalijk. Het recht op bijzonder onderwijs mag er niet toe leiden dat andersdenkenden uit een gemeenschap worden geweerd.

Wilders eet van twee walletjes

“De PVV noch ik zijn verantwoordelijk voor een eenzame verknipte idioot die de vrijheidslievende anti-islamiseringsidealen op gewelddadige manier misbruikt, hoe graag sommigen dat ook zouden willen,” schrijft Geert Wilders zelf op de website van de PVV. Hij distantieert zich terecht van de Noorse terrorist Anders Breivik. Maar wat nu als we Wilders’ afwijzing van verantwoordelijkheid een beetje herschrijven?

“De Islam noch zijn volgelingen zijn verantwoordelijk voor verknipte idioten die de islamitische idealen op gewelddadige manier misbruiken, hoe graag sommigen dat ook zouden willen.”

Portrait of Maximilien de Robespierre (1758-1794) by Anonymous (www.paris.fr/portail/Culture) [Public domain], via Wikimedia Commons

Maximilien de Robespierre

De Verlichting bracht ons burgerrechten, maar ook types als Robespierre. Het zou voor mij een verlies aan beschaving zijn als wij de ideeën van de Verlichting niet hadden verwezenlijkt omdat het ook voor minder eerzame doelen gebruikt kan worden. Een ondubbelzinnige afwijzing van de Islam, zoals Wilders deze predikt, betekent de facto hetzelfde als een algehele afwijzing van de Verlichting. Wat winnen we daarmee en wat verliezen we er mee?

Ondubbelzinnige afwijzing van de Islam mag natuurlijk. Ik vind het alleen dan wat cru dat Wilders vooraan staat om zich te distantiëren van de terrorist van Oslo. Als dit nu eenmaal is wat jouw ideologie kennelijk ‘veroorzaakt’ moet je dat ook maar dragen. Als moslims in jouw ogen in iets ondubbelzinnig verwerpelijks geloven, moet je erkennen dat je dat zelf ook doet, want hoe anders valt de aanslag in Oslo te interpreteren dan een waarschuwing voor de ‘Islamtsunami’?

Persoonlijk zie ik het nog weer anders. Gekken zijn van alle tijden. Zowel gekken zelf als slachtoffers, nabestaanden en toeschouwers hebben de onbedwingbare drang te snappen waarom dingen gaan zoals ze gaan. Ik noem dat: gevolg zoekt oorzaak. Deze Breivik is niet goed snik. Was Breivik niet rechtsextremist/christenfundamentalist (oid) geworden dan was hij wel om een andere reden door het lint gegaan.

Is er niets tegen gekken te doen? Vast. Maar niet door te luisteren naar wat ze zelf als reden opgeven voor hun daden. Een reden voor terrorisme is altijd te geven, want die verzin je gewoon. Hun gedachtegoed ondubbelzinnig afwijzen, zoals Wilders bij de Islam, brengt ons niets verder. Zou het Wilders al lukken de door hemzelf verzonnen Islamisering te ‘stoppen’, dan komt er de dag erna weer iets anders om misbruik van te maken.

PS. Harrie Verbon gaat op Joop.nl er op in dat Wilders alle religieus fundamentalisme moet afwijzen. Wat ik hierboven betoog is dat hij zelfs alle fundamentalisme moet afwijzen, waaronder dus ook zijn eigen betoog tegen de Islam.

Hand schudden in publieke functie

De Hogeschool van Amsterdam staat het een van haar docenten toe om vrouwen niet langer de hand te schudden vanwege zijn geloofsovertuiging. De (huis)jurist zal er daar wel op gewezen hebben dat een gang naar de Commissie Gelijke Behandeling bij een ander besluit verplichte kost zou worden met onwelgevallige uitkomst. Kous af zou je zeggen, want dit verhaal kennen we nu wel.

Niet dus: Van der Laan wil dat docent wel handen schudt. Mooi voor de bühne, maar dat standpunt moet je gewoon niet willen verdedigen. Ik kan er niet bij hoe het schudden van een hand zo zwaarwegend kan zijn dat je daarmee discriminatie zo kunt gaan opleggen. Handen schudden, ‘hoe is het er mee’ en leugentjes-om-bestwil zijn sociale smeermiddelen en geen normen en waarden waar ons land mee staat of valt. Als een school deze ruimte wil bieden, moet dat kunnen en daar heb je als bestuurder verder van af te blijven.

Met Van der Laan ben ik het dus niet eens en met de Commissie gelijke behandeling die overal een stokje voor steekt evenmin. Als een school iemand om het niet schudden van handen wil ontslaan, moet dat ook kunnen. Vervelend voor de persoon in kwestie, maar voordelig voor ieder ander waarbij het idee kan bestaan dat deze dat in de toekomst ook niet wil. Scholen zullen steeds vaker preventief personen niet aannemen uit vrees dat men er niet meer af komt als iemand bijvoorbeeld verlicht van vakantie terug komt. Dat is evenmin wenselijk.

Het is hier kiezen tussen twee kwaden: openlijke of verborgen discriminatie. Met The Market for Lemons indachtig, kies ik dan toch voor het eerste omdat het dan voor iedereen kenbaar is en iedereen van goede wil niet hoeft te lijden onder de slechten.

an der Laan wil dat docent wel handen schudt

Verjaring

Eind november gingen geluiden op in de Tweede Kamer om de verjaring van zware geweldsmisdrijven af te schaffen: nrc.nl. Verjaring betreft hier dus het strafrecht; wanneer de verjaringstermijn is verstreken kan er geen strafvordering meer ingesteld worden naar aanleiding van een strafbaar feit. In andere woorden: iemand gaat vrijuit met het verstrijken van voldoende tijd.

Nieuwe forensische methoden maken het mogelijk om meer dan vroeger zogeheten ‘cold cases’ alsnog op te lossen. Misdrijven die jarenlang door onvoldoende bewijs niet opgelost konden worden, zijn nu met nieuwe technieken alsnog op te lossen. Dat heeft minder zin, als de gevonden dader door verjaring niet meer gestraft kan worden.

In 2006 werd al geregeld dat bijvoorbeeld voor moord geen verjaring meer optreedt. Daar is in eerste instantie weinig tegen. Technologische vooruitgang vereist herziening van bestaande regelingen. Wel moeten we altijd kritisch blijven over hoe ver we gaan en waarom we tot wijziging over gaan. Is dit bijvoorbeeld ook een achterdeur om het misbruik in de kerk weer strafbaar te krijgen? Wijziging vanwege anekdotische gebeurtenissen, hoe begrijpelijk ook, vind ik niet gewenst. Wat in redelijkheid forensisch nog strafbaar kan zijn, moet dat zijn, en niet omdat we er nu achter komen dat sommige zaken nogal ongelegen verjaard zijn.

Inzicht in type 1 en type 2 fouten is bij het afschaffen van verjaring van belang. De verjaring van een delict betekent namelijk dat niet alleen de dader niet meer vervolgd kan worden, maar ook dat een onschuldige niet meer vervolgd kan worden. Dat lijkt mij een relevant aspect bij delicten van 20+ jaar geleden. Een type 1 fout treedt op in het strafrecht wanneer een onschuldig iemand veroordeeld wordt. Dat is niet te voorkomen, zoals ook wel blijkt uit de portie die we de laatste tijd gehad hebben: Ina Post, Lucia de Berk en anderen.

Technologische vooruitgang en nieuwe inzichten hebben bijgedragen aan deze ontdekkingen van opgesloten onschuldigen. We mogen dus ook verwachten dat in de toekomst het minder vaak voor komt dat een onschuldige veroordeeld wordt. De vraag die ik mezelf stel is of deze verworvenheid niet meer dan teniet wordt gedaan door te morrelen aan de verjaringstermijnen. Getuigen zijn al slecht te vertrouwen, laat staan 20+ jaar na dato. De kans op fouten neemt daar toe, hoe graag we ook een misdadiger straffen. Oprekking, of zelfs afschaffing, van verjaring is niet per definitie verkeerd. Wel moeten we met elkaar kritisch blijven ten aanzien van hoeveel opgesloten onschuldigen we accepteren, want die gaan er weer meer komen met de (gedeeltelijke) afschaffing van verjaring.

Verdieping: Type I and Type II Errors – Making Mistakes in the Justice System

Dubbele nationaliteit: uit het oog is niet hetzelfde als uit het hart

‘Staatssecretaris moet tweede pas wegdoen’

DEN HAAG – PVV-leider Geert Wilders wil dat staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner (Volksgezondheid) afstand doet van haar Zweedse nationaliteit.

Allereerst is het opmerkelijk dat ik vandaag in de media overal hoor dat Wilders in ieder geval “consequent” is. Waarom is dat vermeldenswaardig? Hij heeft zoals iedereen vandaag ook heeft gehoord eerder al eens letterlijk de Zweedse nationaliteit als tweede nationaliteit afgekeurd. Ik zou zeggen: hij heeft ongeacht zijn eigen mening weinig keus.

Wilders kaart de dubbele nationaliteit aan vanwege veronderstelde loyaliteitsproblemen. Dit ontgaat mij. Een dubbele nationaliteit is een papieren werkelijkheid. Loyaliteit lijkt zich mij toch meer in de echte wereld te begeven. Iemand is niet per se minder loyaal met een dubbele nationaliteit. En iemand dwingen afstand te doen, zal er in mijn beleving ook niet voor zorgen dat iemand loyaal wordt. Sterker nog, iemand zal soms om praktische redenen zich gedwongen zien de Nederlandse nationaliteit aan te nemen. Als dat gepaard gaat met het gedwongen verlies van de originele nationaliteit zal het Nederlanderschap voor deze persoon mogelijk voor altijd geassocieerd worden met dit opgedrongen identiteitsverlies. Wat voor ‘loyaliteit’ valt van deze persoon dan nog te verwachten?

Ik geloof er niet in. Nationaliteit op papier houdt weinig in als deze niet overeenkomt met de mate waarin men zich gevoelsmatig verbonden voelt met een land. Mensen in een keurslijf drukken past bij autoritaire regimes, en die redden het op de lange termijn nooit. Je kunt het wel doen, maar je mag er niks van verwachten: actie leidt tot reactie. Misschien trekken allochtonen als tegenreactie wel meer met elkaar op, juist doordat ze gedwongen worden Nederlander te worden (wat dat ook moge zijn). Iemands andere nationaliteit ‘uit het oog’ drukken, neemt deze nog ‘niet uit hart’.

Vrouwen naar de top

Het bedrijfsleven in Europa word nog steeds gekenmerkt door grijze mannen in grijze pakken. Eurocommissaris Reding heeft “[a]ls doel […] voor ogen dat 30 procent van de raad van commissarissen uit vrouwen bestaat in 2015. Dat moet in 2020 dan verhoogd worden tot 40 procent.” Reding overweegt in ieder geval een wettelijk minimumaantal vrouwen in de raad van commissarissen.

Noorwegen heeft al een dergelijk quotum, en dit heeft geresulteerd in meer vrouwen aan de top. Bovendien stellen onderzoekers Braeken en Sent dat deze Noorse bedrijven beter presteren. Nu raak ik niet gelijk overtuigd van hun analyse van boekhoudkundige data zoals ROA, EPS enzovoort. Voor positieve uitkomsten op basis van die kengetallen kunnen tal van triviale oorzaken zijn, zoals toeval.

In Nederland ligt er op het moment een voorstel voor een quotum bij de Eerste Kamer. In mijn ogen is dit zondermeer een belangrijk middel om het glazen plafond te doorbreken. Intuïtief kan ik mij goed voorstellen dat een mannenclub minder geneigd is een vrouw toe te laten. Met gepaste druk door een quotum kunnen ze er niet meer om heen, en hebben de meer zwijgzame mannelijke voorstanders van vrouwen in hun midden een steuntje in de rug.

Op basis van het Noorse voorbeeld lijkt het wel alsof vrouwen de ‘simpele’ taken krijgen. Dat is geen punt. De eerste groep vrouwen kan zichzelf bewijzen en doorgroeien naar belangrijker functies, of toch tenminste de weg vrij maken voor een volgende generatie die belangrijker functies zal bezetten. Het is niet goed voor te stellen waarom exclusief mannen geschikt zouden zijn voor topfuncties. Een glazen plafond kost ons theoretisch welvaart omdat er vrouwen met potentie dan onder hun potentie terecht komen. In economische termen: vrouwen worden dan verkeerd gealloceerd.

Ik zie wel een psychologisch probleem. Zowel mannen als vrouwen zullen bij een vrouw aan de top altijd het vraagteken hebben of zij daar zit vanwege kunde of quotum. Op korte termijn is dat niet anders. Wel zou ik er sterk voor pleiten om een dergelijk quotum tijdelijk te laten zijn. Een duur van tien of twintig jaar heb ik niet direct een principieel onderscheid tussen, dat is voor de beleidsmakers. Het vervallen van het quotum ergens in de toekomst zal er voor zorgen dat topvrouwen vanaf dan puur op hun kunde geschat zullen worden.