Reactie: “Lucia de B.: Toeval of niet?”

Op 14 november 2007 postte ik onderstaand reactie al eens op EconomieOpinie.nl. Het is een reactie op een artikel betreffende casus Lucia de B. Dit artikel gaat in op het statistisch ‘bewijs’ dat gebruikt is in deze zaak. Mijn reactie gaat vervolgens in op hoe ik de opleiding Nederlands Recht in dit lecht ervaar. Hier een herpublicatie.

Als mr.drs.-student kom ik ook in aanraking met de juridische kijk op dit soort gevallen. Nu is de concrete casus van Lucia de B. niet dusdanig besproken dat ik daar specifiek op in zou mogen gaan. Helaas, maar er valt toch wel wat te zeggen over hoe in het juridische vak omgegaan wordt met kansen.

Het vak Materieel Strafrecht, dat ik momenteel volg, gaat onder andere in op “voorwaardelijk opzet”, de opzet op het in leven roepen van een ‘aanmerkelijke kans’ dat de gevolgen van een handelen tot een concrete onrechtmatigheid zullen leiden. Naar mijn bescheiden mening, gebaseerd op antwoorden van werkgroep casussen, wordt voor dat leerstuk naar willekeur kansberekening met en zonder terugleggen toegepast. Een academische visie op hoe een dergelijke ‘aanmerkelijke kans’ berekend zou moeten worden is mij ondanks expliciet navragen niet gebleken.

Persoonlijk is in dat licht denk ik het hele relaas betreffende de HIV-zaken bijzonder interessant. Het voert te ver om daar nu diep op in te gaan, maar feitelijk komt het er op neer dat de Hoge Raad meent dat het hebben van onbeschermde seks als bewust HIV-besmet persoon niet tot (voorwaardelijk) opzet kan leiden. Of althans, de Hoge Raad oordeelde dat het Hof dit standpunt onvoldoende had gemotiveerd. Op basis van dat arrest kan geconcludeerd worden dat het doen van één of meer dan één handelingen, elk met een besmettingsrisico van 1 op 300, gelijk behandeld wordt. Er wordt geen binomiale verdeling overwogen. En elke losse kans van 1 op 300 is onvoldoende om tot voorwaardelijk opzet te komen.

Wat mij betreft zou er in dit soort gevallen ook wel eens met een scheef oog naar gekeken mogen worden. Is in dat licht 1 op 50 miljoen überhaupt wel zo klein? Hoe bepaalt de rechter wat een kleine en grote kans is? Vanzelfsprekend naar ‘de omstandigheden van het geval’. Maar kan zij het ook plaatsen in een groter academisch kader? Niet dat ik weet.

In mijn ogen is de juridische professie, in het bijzonder de strafrechtelijke, niet gekwalificeerd genoeg om bewijs op basis van kansberekening te waarderen. Statistieken als bewijs is toegankelijker lijkt mij, maar ook daar zet ik vraagtekens bij de competentie. Bot gezegd misschien, maar verreweg de meeste juristen ontbeert een voldoende gevoel voor cijfers om in te zien of geleverd statistisch bewijs bewijskracht toe zou moeten komen en in welke mate.

Enerzijds spijtig dat statistici geen plaats zouden hebben in de rechtszaal, maar anderzijds moeten wij niet willen dat rechters een speelbal worden van, soms zelfbenoemde, experts.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s